Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slippen gelegen stuifmeel wordt nu in den loop der volgende dagen opgelicht tot aan de stempels, doordien het benedenste gedeelte der dekslippen aanmerkelijk in de lengte uitgroeit. Er heeft wel tegelijkertijd ook een verlenging plaats van de andere deelen der bloem, maar die wordt overtroffen door den zeer buitengewonen lengtegroei van het bloemdek. De stijlen zijn namelijk 4, de helmdraden 9 tot 10, de bloemdekslippen 18,5 millimeter langer geworden! Als nu het bloemdek zich 's avonds sluit, wordt het stuifmeel van de binnenzijde der bloemdekslippen overgebracht op de stempels. Deze autogamie wordt nog door twee omstandigheden vergemakkelijkt; ten eerste daardoor, dat de stempels zich tegen het einde van den bloei naar buiten krommen, en ten tweede doordat voornamelijk de drie vóór de stempels staande dekslippen de buitengewone groote verlenging ondergaan.

In de bloemen der Herfsttijloos, Colchicum autunniale (die ook ten onzent wel in 't wild te vinden is ] treft men hetzelfde verloop aan. Wie in den herfst over een weide loopt, waarop de bloemen van deze plant in alle ontwikkelingsgraden tusschen het gras omhoogsteken, zal gemakkelijk het groote onderscheid in de lengte der bloemdekslippen bij jonge en oude bloemen opmerken, en hij kan zich ook gemakkelijk overtuigen van het in 't licht gestelde verband tusschen dit verschil in lengte en de autogamie. Bij de Herfsttijloos wordt echter het proces iets ingewikkelder, doordien heterostylie, waarvan op blz. 357 sprake was, bij haar een rol van meer beteekenis speelt dan bij de andere vergiftige Liliaceeën. Er zijn namelijk langstijlige, middelstijlige en kortstijlige bloemen bij de Tijloos, die op dezelfde weide door elkander groeien, en de verlenging der bloemdekslippen geschiedt bij die drieërlei vormen ver van gelijkmatig. Door zorgvuldige metingen bij wel 500 bloemen der Tijloos verkreeg men het volgende merkwaardige resultaat. In de langstijlige bloemen verlengen zich de drie langere dekslippen 9, de drie kortere 12,6 millimeter; in de kortstijlige bloemen de langere dekslippen 10, do kortere 15 millimeter, en in de middelstijlige bloemen de langere dekslippen 13,5 en de kortere 18,5 millimeter.

Wij zullen op de heterostylie in het algemeen later nog moeten terugkomen, en dan zullen wij gelegenheid hebben, do beteekenis van dat verschijnsel nauwkeuriger in het licht te stellen; hier zij alleen vermeld, dat de stempels der kortstijlige bloemen van dezen Colchicum aan het einde van den bloei niet alleen mot het op de bloemdekslippen gekleefde stuifmeel, maar ook met de toppen der helmknoppen zelve in aanraking komen, daar bij dezen vorm ook de helmdraden een overeenkomstigen lengtegroei vertoonen.

Terwijl bij Tijloos en Sternbergia, alsook bij de genoemde Gentianen een week voorbijgaat, eer er in hun bloemen autogamie plaats heeft, geschiedt zij bij de sierlijke, tot de Lischbloemen bohoorende Sisyrinclium reeds binnen weinige uren. Deze bloemen hebben, afgezien van het onderstandige vruchtbeginsel, een dergelijken bouw als de besproken Liliaceeën. De stijlen, waarop de drie kleine, bloembladachtige stempels zijn geplaatst, steken boven de helmknoppen uit, welker helmdraden tot een koker zijn vergroeid. Die antheren

Sluiten