Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtereen, als in zooveel andere gevallen, kruisbestuiving teweegbrengen. Konion er echter geen schemeringvlinders bij de bloemen, dan heeft er telkens autogamie plaats en wel door de reeds genoemde kromming van de buis der bloemkroon. De meeldraden zijn n.1. in de kroonbuis bevestigd, nemen dus deel aan de kromming, en daardoor komen do nog met stuifmeel bedekte helmknoppen in onmiddellijke aanraking met den stempel, die in de horizontaal geplaatste bloem een weinig vóór en onder de helmknoppen stond.

De het laatst besproken planten vormen met hun autogamie den overgang tot een andere omvangrijke groep, waarbij in het begin van den bloei, wegens den ouderlingen stand van helmknoppen en stempels, autogamie is verhinderd, maar waarin tegen het einde van den bloei, door veranderingen van den stand en de richting der bloemstelen, de stempels met het stuifmeel van de helmknoppen derzelfde bloem in aanraking komen.

Allereerst moeten wij hier denken aan die bloemen, waarin de stempel in den aanvang van den bloei buiten de vallijn van het stuifmeel uit de helmknoppen derzelfde bloem is geplaatst, omdat deze stand met het oog op kruisbestuiving van gewicht is, waarin echter later de geheele bloem ten gevolge van de strekking of kromming van haren steel, een anderen stand aanneemt, terwijl de stand van de deelen der bloem onderling hier geen verandering ondergaat. Bij vele Narcissen, als bij voorbeeld bij de sierlijke Xarcissux juncifulitis, ook bij eenige Asperi fol ieeën, bijvoorbeeld het gewone Bosch Vergeet-mij-niet, Myosotis sijlvuticu, zijn aanvankelijk de .bloemen met hun ingang naar den kant gericht; de stempel staat achter de helmknoppen, en het uit de antheren vallende stuifmeel komt, zoolang de kroonbuis horizontaal staat, niet op de stempels. Thans echter strekt zich de tot nu toe gebogen as van de bloeiwijze, die de kroonbuis in horizontalen stand heeft gehouden, en de kroonbuis krijgt daardoor een loodrechten stand, zoodat de stempel in de vallijn komt van het uit de verschrompelende helmknoppen losrakende stuifmeel.

In de veel meer voorkomende gevallen, waarin de stempel in het begin van den bloei boven de helmknoppen uitsteekt, buigt zich de bloemsteel later naar beneden, brengt daardoor de bloemen in een knikkenden of hangenden stand en aldus ook den stempel in de vallijn van het stuifmeel. Dit wordt waargenomen, bij voorbeeld bij Tulipu sylcestris, Bosch Tulp; l'oleiinmittm cocrult'itm, Speerkruid; Saxifivi/a hierucifolia; ('hri/sosjrieniuin uitentifoliuin, Wisselbladig Goudveil; Miododeiulron chamaecidus, Vacciiuuin, Boschbes, Arctoistuphi/llos, Berendruif; Cerintlie, Was bloem; Symphtjtum, Sm eerwortel en Cyclamen.

Verschillende soorten van het laatstgenoemde geslacht, van Cyclamen, tot de Primulaceeën behoorende, naar den knol, die zij in den grond bezitten, wel Varkensbrood genoemd, worden als sierplanten om hun fraaie bloemen gekweekt en dan ook, hoewel minder juist, als Alpen viooltjes aangeduid. Bij deze Cyclamen kan men het bedoelde proces bijzonder duidelijk nagaan.

Op den eersten dag, nadat de bloem van Cyclamen is opengegaan en de

Sluiten