Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdikt uiteinde haakvormig gebogen en. evenals de jonge pas geopende bloemen, bijna rechthoekig naar beneden gebogen, waardoor de geheele bloeiwijze er wonderlijk uitziet. De bloemen zijn protogynisch, en er kan op den eersten dag, nadat ze zijn ontloken, alleen stuifmeel uit andere, oudere bloemen op den stempel worden gebracht. De stijl is eerst zoo gebogen, dat de rijpe stempel vóór den toegang tot de honigrijke diepte der bloem komt te staan en door de honigzuigende dieren moet worden aangeraakt. Den daarop volgenden dag strekt de stijl zich rechtuit, en de stempel wordt daardoor ter zijde van den toegang tot den honig geplaatst; daarentegen zijn nu de helmknoppen opengesprongen, en hebben hun mot stuifmeel bedekte zijde zoo bij den toegang tot de bloem opgesteld, dat op bezoek komende insecten noodzakelijk stuifmeel moeten meenemen.

Den derden dag buigt zich echter bij de, bloem van deze Phti</elius de stijl

Autogamie bij Phygelina capensis, totstandkomend door buiging van de bloemstelen en later door liet afvallen van do bloemkroon. 1. I)e bloemen aan de horizontaal

geplaatste stelen hangend, in de verschillende ontwikkelingsstadiën (van rechts naar links voortschrijd Ie)

waardoor ten slotte antogamic tot stand komt. 2. Een enkele bloem afzonderlijk, op het oogenblik, waarop de bloemkroon afvalt en de niet, stuifmeel bedekte helmknoppen langs den stempel strijken.

opnieuw en neemt denzelfden stand aan, als hij op den eersten dag had. Tegelijk kromt zich ook de bloemsteel, waardoor de buisvormige bloemkroon meer tot de hoofdas van de infl orescent ie nadert. Dit samenwerken van de verschillende krommingen heeft ten gevolge, dat de kleverige stempel onder de samenschrompelende helmknoppen komt te staan en met een deel van het eruit vallende, kruimelige stuifmeel wordt bestoven, zooals op de afbeelding hierboven in Fig. 1 bij de meest links geplaatste bloem te zien is. Mocht het stuifmeel desniettegenstaande toch zijn doel niet bereiken, dan komt de antogamic nog tot stand bij het afvallen van de bloemkroon. Het is namelijk onvermijdelijk, dat de stempel, die door de afvallende bloem in zekeren zin heen wordt gesleept, de helmknoppen aanraakt en de laatste resten van het mogelijk daar nog achtergebleven stuifmeel opnoemt, zooals Fi<j. 2 duidelijk maakt.

Sluiten