Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl in de gesloten blijvende alleen autogamie kan plaats vinden; en eindelijk zijn er nog lieterosty 1 e planten, waarbij tot elke soort twee of drie vormen van planten met verschillende bloemen beliooren, bloemen, waarin meer bepaald naar kruisbestuiving en bloemen waarin in 't bijzonder naar autogamie gestreefd is. Bij alle tot nu toe waargenomen soorten van planten is echter, in een bepaalde periode van den bloei, kruisbestuiving niet alleen mogelijk, maar do bloemen zijn daar blijkbaar voor ingericht.

De bevruchting en de vruchtvorminK der Pliaiierogaincii.

De bestuiving van het stempelweefsel met stuifmeel is bij de Phanerogamen de inleiding tot het proces der bevruchting. Maar ook niets meer dan de inleiding. Het is verwarrend en verduistert het inzicht in de betrekkingen der vruchtvorming tot de levensgeschiedenis der planten, wanneer, zooals dikwijls gebeurt, bestuiving en bevruchting als hetzelfde worden beschouwd. Bevruchting kan bij de Phanerogamen alleen tot stand komen, als er bestuiving van de stempels is voorafgegaan, maar dikwijls genoeg heeft er bestuiving plaats, zonder dat er bevruchting volgt. Er zijn gevallen bekend, dat bloemen, welker stempels door insecten op den juisten tijd bestoven werden met pollen uit andere bloemen, niet tot vruchtvorming kwamen. Met andere woorden, zoowel de kruisbestuiving als de zelfbestuiving kunnen zonder uitwerking blijven.

Om misverstand te voorkomen, zij hier gezegd, dat de oudere opgaven over dit zonder uitwerking blijven slechts zeer voorzichtig moeten worden aanvaard. Eertijds, toen het voor vanzelf sprekend gold, dat de in een echt tweeslachtige bloem ontstane tweeërlei geslachtscellen zonder mankeeren in die bloemen zelve samenkomen, werd met de uitspraken over de resultaten der bestuiving wel wat lichtvaardig omgesprongen. Bleef in echt tweeslachtige bloemen de vruchtvorming uit, dan werd aangenomen, dat de bestuiving geen gevolg had gehad, zonder dat nauwkeurig nagegaan werd, of er werkelijk wel bestuiving had plaats gehad. Het is voorgekomen, dat planten voor onvruchtbaar werden gehouden, waarvan men slechts een enkel exemplaar of eenige weinige exemplaren in den tuin had waargenomen. De waarnemer had wel goed gezien, maar enkel met het oog op de weinige onderzochte planten, welker tweeslachtige bloemen volkomen protogynisch waren. In den tijd, toen de stempels hadden moeten worden bestoven, ontbrak het stuifmeel, want planten van dezelfde soort met verder ontwikkelde bloemen werden in den tuin niet gekweekt. Daardoor kon er natuurlijk geen bevruchting tot stand komen.

Soms ook hield men plantensoorten voor onvruchtbaar, omdat op de plaats van waarneming de insecten ontbraken, die bij hen de overbrenging van het stuifmeel gewoonlijk voor hun rekening nemen, 1'unie rota ayrria, een in de rots-

Sluiten