Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt uit eiken stuifmeelkorrel, en wel altijd slechts uit één der talrijke dunnere plaatsen in de exine, de stuifmeelbuis voor den dag; de top legt zich tegen den wand eener glasheldere stempelcel aan en lost dien op, daar waar hij hem aanraakt. De gelieele stuifmeelbuis glijdt 1111 door de gemaakte opening in de binnenruimte van de stempelcel en richt zich verder groeiend naar het weefsellichaam, dat de glasheldere stempelcellen draagt.

Over het gedrag van de stuifmeelbuis in het inwendige van die stempelcellen zijn waarnemingen openbaar gemaakt, die men, zoo ze niet afkomstig waren van de meest nauwgezette waarnemers, nauwelijks zou gelooven. Bij de Bolderik, Agrostemma githago, werd bij voorbeeld gezien, dat de in den stempelcel binnengedrongen stuifmeelbuis bij haar verder groeien soms een verkeerde richting inslaat, dat is, dat zij niet terstond 11a het binnendringen de richting naar den zaadknop kiest, maar eerst voortgroeit in tegengestelde richting. I11 zulke gevallen heeft echter altijd eene omkeering plaats, en het duurt niet lang, of de top van de stuifmeelbuis heeft de naar den zaadknop leidende richting gevonden, wendt zich dan naar het weefsellichaam, dat de glasheldere stempelcellen draagt en dringt hier, de celwanden splijtend en zich een intercellulaire gang banend, tot in het vruchtbeginsel binnen.

Bij Agrostemma, alsook bij eenige andere Sileneeën, wordt de inhoud der stempelcellen door de binnengedrongen stuifmeelbuis niet geheel verdrongen en verteerd; bij de Malvaceeën daarentegen vult de binnengedrongen stuifmeelbuis dadelijk de geheele binnenruimte van deze stempelcel, en, wat het merkwaardigste is, het spermatoplasma, dat is het levende protoplasma van de stuifmeelbuis, laat bij 't verlaten van deze cel zijn uiterst lijn omhulsel achter en kruipt nu zonder celwand of celstofomhulling door de verwijde intercellulaire kanalen naar beneden, naar liet vruchtbeginsel voort, een beweging, die levendig herinnert aan het voortschrijden der protoplasmamassa's van bepaalde slijmzwammen of myxomyceten, dat men door de intercellulaire kanalen van groene plantenstengels en bladstelen heeft waargenomen. Vaak neemt daarbij het bewegende spermatoplasma de gedaante aan van een knots of van een klompje van onregelmatigen vorm, dat op zijn tocht velerlei veranderingen van zijn omtrek ondergaat.

Onverschillig of zich het uit den stuifmeelkorrel afkomstige protoplasma van zijn fijn omhulsel heeft ontdaan of niet, in alle gevallen is het doel zijner beweging een der zaadknoppen binnen in het vruchtbeginsel te bereiken. Voor dit doel, moet aan de uit den stempel of wel uit den stijl in het vruchtbeginsel overgegane stuifmeelbuis opnieuw den weg worden gewezen. Hier moet zij eene nauwkeurig aangewezen plaats bereiken en daarvoor een nauwkeurig bepaalden weg volgen. Zij moet tot den in het vruchtbeginsel geborgen zaadknop doordringen en moet daar worden gebracht bij het weefsel, in welks ééne cel het te bevruchten oöplasma op bevruchting wacht.

Den toegang tot den zaadknop levert in de meeste gevallen do door de integumenten open gelaten, onder den naam van het poortje of do micropyle

Sluiten