Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonhjk helder rood gekleurde massa, en bij de Myristicaceeën, waarvan Muskaatnoot afkomst,g ,s, vormt luj een eigenaardig, in strooken verdeeld omhulsel, de foelie. Als de lijsten of andere verhevenheden, of het vleezige weefsel zich slechts aan één kant van den voet van den zaadknop of van de navelstreng ontwikkeld hebben, dan spreekt men van het kiem wratje, carun-

wrl-A611 ) °°g, VallCm1' °P ee" Vleezisen hanekam gelijkend kiem-

wiatje heeft de Stinkende Gouwe, Chelidonium ma jus.

Beperkt zich de celwoekering tot den zoogenaamden navel, hilus, dat is de plaats, waar het zaad loslaat van den funiculus of de navelstreng dan wordt z,j in t bijzonder navelwratje, caruncula hili, genoemd. Zulke wratjes neemt men bijvoorbeeld waar bij de Viooltjes, zooals op onderstaande afbeell"g ;/' ... en ~ te 210,1 1S> cn '".i den Wonderboom, Ricinus, oi> de

aiueeiuuig lil rig.óen 4 weergegeven. De om geving der plaats, waa, de zaadknop met de navelstreng of met den zaaddrager samenhing, is ook dan, als er geen verhevenheidje ontstond, altijd nog duidelijk te herkennen cn wordt navel, hilus, genoemd. Die plaats is duidelijk begrensd, meestal anders gekleurd dan het overige deel van den zaadhuid,

nu eens eewelf.l dan o ««ve, wratjes en met ,1e litteekens van navel en poortje.

UMS geweitu, dan en 2. Zaad van het Driekleurig Viooltje, Viola tricolor, van

ingezonken, menigmaal 1,1 lengtedoorsnede. 3 en 4. netzelfdo van de Wonder-

Kootvornii- en som, ,• ,T "J"i 5- Physostigma venenoaum,

O oivormig cn soms C.labarzaad. 6 en Zaad en doorsnede ervan van A.ia.nirtn cocculu»

door twee gezwollen vergiftige Kokkelkorrels. (Naar Bait.i.on).

randen omsloten, zooals op bovenstaande afbeelding in Fig. 5 bij de zaden van Physostigma venmosum, een Vlinderbloemig gewas uit West-Afrika, die onder den naam van Calabarzaden als artsenij bekend zijn. Do plaats, waar zich de" zaadk"°P de micropyle bevond, is bij rijpe zaden in vele gevallen eveneens te herkennen en heet wel eens het 1 itteek en, cicatricula. Zij doet zich voor als een kleine opening of als een scheurvormige inzinking, en de omgeving ervan is gewoonlijk begrensd door eigenaardige weefsels. Bij die zaden, die uit gekromde zaadknoppen zijn ontstaan, liggen het bedoeld litteeken van de micropyle en dat van den navel, de navelvlek, zeer dicht bij elkander zooals de afbeelding hierboven in Fig. (i en 7 laat zien. Soms is er' een groefvornuge inzinking ontstaan, waarin beide litteekens dicht naast elkander liggen. Aan de bijzonderheden, die uiterlijk de omgeving van de plekken, waar

Sluiten