Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeving dor nootjes, met klieren bezet, welker geur voor dieren zeer onaangenaam moet zijn, want geen dier waagt een poging, om tot de nootjes te naderen. Zelfs de brutale musschen worden door dit verdedigingsmiddel afgeschrikt en vallen op do vruchten van Hennep en Hop niet aan, zoolang die nog onrijp zijn.

Niet minder belangrijk dan de bescherming tegen de aanvallen van onwelkome gasten uit de dierenwereld is voor de kiem de beschutting tegen nadeelige invloeden van het weder. Vocht en droogte moeten een zekere, voor do plant noodige maat niet te buiten gaan, en het is te verwachten, dat er inrichtingen zijn tot stand gekomen, waardoor de kiem, zoolang zij nog in verband blijft met do moederplant, van haar de noodige bescherming erlange, eensdeels tegen te overvloedig vocht, aan den anderen kant tegen te ver gaande uitdroging. De kiemen of wel de zaden, die in bessen, steenvruchten en droge niet-openspi ingende vruchten ziju gelegen, alsook die in openspringende droge vruchten, welke weggeslingerd worden op het oogenblik van het openspringen, behoeven in dit opzicht slechts weinig zorg; maar daarentegen moet bij de zaden van doosvruchten, die met kleppen, tanden en poriën openspringen, gewaakt worden tegen het gevaar, dat zo verdrinken, als de holte van de doos zich bij regen met water vult. Dit gevaar wordt nu daardoor afgeweerd, dat de kleppen, tanden en andere sluitingsmiddelen van de opening der doosvruchten zeer hygroscopisch zijn en zich bij vochtig weer snel sluiten, of, wat op hetzelfde neerkomt, dat ze alleen openspringen bij droog weder, vooral als er een droge wind waait.

Om deze merkwaardige inrichting goed te doen begrijpen, is het noodig, dat wij reeds hier de eigenaardige verspreiding van de in de genoemde doosvruchten vervatte zaden in het kort uiteenzetten. Allereerst moet erop worden gewezen, dat alle met tanden en kleppen openspringende doosvruchten gedragen worden op lange stelen of dat de as, waaraan de kortgesteelde doosvruchten vastgehecht zijn, sterk verlengd is. Die stelen en assen zijn steeds zeer veerkrachtig. Zij worden door windstooten in schommeling gebracht en aan de kracht van den windstoot beantwoordt de kracht, waarmee de in de vrucht vervatte zaden worden uitgeschud en weggeslingerd. Uit de met hunne opening naar boven gekeerde bekervormige doosvruchten van het Knikkend Lijmkruid, Silene initaiis, hiernaast afgebeeld in Fig. 5, kunnen ook dan, als zo zijn opengesprongen, de zaden niet vanzelf naar buiten vallen; zoodra echter de wind de lange stelen naar één kant buigt, en alsdan bij het ophouden van den windstoot do stelen, tengevolge van hun veerkracht, weer den vroegeren stand trachten in tc nemen, worden de zaden uit den open beker weggeworpen,

Opdat het uitwerpen en uitschudden van de zaden kunne plaats hebben door tusschenkomst der veerkrachtige stengels, is het dus volstrekt noodzakelijk dat de openingen dor doosvruchten naar boven zijn gericht. Dat is ook bij de overgroote meerderheid der hier in aanmerking komende planten het geval. Terwijl de steel als bloemsteel overhing, zooals bij het genoemde Knikkend Lijmkruid, (in bloei vroeger afgebeeld op blz. 174 en 175), richt hij zich als

Sluiten