is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplaatsen, geheel bijzondere inrichtingen en is dan nog niet altijd volkomen verzekerd.

Het toevallig uitblijven van bevruchting en de afwezigheid van eene nakomelingschap zou wel eens het uitsterven der bedoelde soort ten gevolge kunnen hebben, en daarom is voor die levende wezens de verjonging en vermenigvuldiging langs vegatatieven weg van het uiterste belang.

Hiermee hangt ook samen, dat voor het geval er vruchtbeginsels mislukken en ook indien er geen bevruchting tot stand komt, bij veel planten daarvoor eene vermenigvuldiging langs vegetatieven weg in de plaats treedt, zooals in de beide voorgaande hoofdstukken is uiteengezet. Bovendien moet er hier op gewezen worden, dat in de meeste gevallen de langs geslachtelijken weg ontstaande nakomelingschap, wat liet aantal individuen betreft, ver achterblijft bij de ongeslachtelijk gevormde nakomelingschap.

Het beeld van de bloeiende en vruchtdragende plant heeft zich in ons voelen en denken zulk een vaste plaats verworven, dat andere beelden van de plantenwereld daarin bezwaarlijk meer plaats kunnen vinden, en het valt moeilijk, zich een landschap met boomen, heesters en kruiden voor te stellen, die geen bloemen en geen vruchten zouden vertoonen en levenslang alleen met groene bladeren getooid zouden zijn, terwijl alle verjonging en vermenigvuldiging daar alleen langs vegetatieven weg geschiedde. Toch moet de mogelijkheid van een dusdanige, de aarde bedekkende plantenwereld worden toegegeven, en liet is boven allen twijfel verheven, dat de bevruchting en de vruchtvorming noch tot instandhouding, noch tot vermenigvuldigingen verspreiding der planten onvermijdelijk noodzakelijk is. Wanneer dat echter zoo is, dan moet de beteekenis van bevruchting en vruchtvorming ergens anders liggen.

Over deze belangrijke vraag zal in liet volgende en laatste deel van dit werk worden gehandeld.

EINDE VAN HET DEUDE DEEL.