Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladeren,als lokmiddel voor insecten 211. „ der varens 9.

„ . Honig in de buurt der — afgescheiden *273.

Bladluis. Gewone 544.

„ . Sparre 544.

Bladmossen 8, 13, 14, 15*, 22, 70. 551». Bladtakken 9.

Bladstekken 42.

Blastocolla 276.

Blastophaga brasiliensis 184.

, grossorum 179*, 182, 183. Blauwbessen 121.

Blauwe Boschbes 98, 199, 239, 368. Boschdruif 410. „ Lotosbloem 232. „ Scheefkelk 220.

Blauwtjes 177.

Blechnum 11, 12.

„ spicant 556.

Bleekgele Hennepnetel 416.

Bloem 76.

„ . Heilige 214.

Bloembekleedselen 80.

Bloembies. Alpen 532.

„ . Moeras 532.

Bloembodem 78.

als deel der vrucht 508. , . Bekervormige 79, 85. . Kegelvormige 79, NO. . Schijfvormige 79, 85. Bloemdek als lokmiddel voor de insecten 208.

Bloemenhorloge 252.

Bloemenuui werk 252.

Bloemen. Dubbele 342.

. Kleine — opeengehoopt gezeten 212.

n . Onvruchtbare 213. „ . Verkleurende 211).

vervangen door afleggers 533*, 531)*.

. Zeer groote — 211. Bloemknoppen. Invloed van liet wegnemen der — 531. „ Zonnestralen prikkel

voor den aanleg van 565.

Bloemkroon als lokmiddel voor de insecten 208. » . Het afvallen van de 341. . Verkleuring der 341. Bloemligging 244.

Bloemontbinding 87.

Bloemsteel als deel van de vrucht 508*, 509.

Bloesem 76.

Blonde zegge 374.

Blütenstaub 95.

Bocconia 209.

„ japonica 162.

Bochtige smeele 161.

Bock. Hieronymus 6.

Boekweit 234.

Boendergras 161.

Boerenkers 395.

„ . Gemeene 220. Boheemsche Geelster 542.

Boksbaard 244, 257, 341, 379, 380.

„ . Beemd 253.

Boksdoorn 26, 284, 428.

Boksgeur 233.

Bolbophyllum Beccarii 230.

Bolderik 110, 397, 482.

Bombus lucorum 263, 306.

Bonte Wonderbloem 247, 249, 3(

418, 419*.

Boomvarens 9, 555.

„ op Ceylon 555, 557*. Boonekruid 262.

Boonen 495.

Boragineeën 96, 198.

Borago 107, 109, 206, 369.

„ officinalis 216, 328*. Borstelgras 161.

Borstelkrans 355.

Borstelscherm 402.

Bosch Andoorn 417.

„ Anemoon 268*.

Boschbes 106, 134, 337, 442.

. Blauwe 98, 199, 239, 368. . Hoode 121, 326. Boschcultuur 36.

Boschdruif 369.

„ . Blauwe 410.

„ . Hegge 230, 367.

Bosch Geelster 456, 469. „ Geranium 363*. „ Klaverzuring 496*. „ Paardestaart 12, 13*, 556. „ Tulp 137, 234, 442. „ Vederdistel 111*.

„ Veldkers 44. „ Vergeet-mij-niet 442. „ Wederik 401.

Boterbloem 82, 144, 203, 267. „ . Alpen 405. , . Scherpe 137, 250, 405. „ . Witbloeiende 206. „ . Witte 227.

Botrychium lanceolatum 9, 10*. Boucliea colutoides 280.

Bouvardia longiflora 234.

Bovist. 20, 21.

Sluiten