Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spanners 173

Spar 27, 78,153, 469,493,494,513,514. , . Gewone 164, 512.

. Fijne 164, 515.

, . Zilver- 512, 513*. 515. Sparganium 154, 353, 371. Sparrebladluis 544.

Spartium 194.

junceum 29, 232, 242, 317, 318*, 319*.

Specerijstruik 230, 506*, 508.

Specerij struik vrucht 511.

Specularia 133, 145, 209.244,431,459.

speculum 127, 432*, 433. Speenkruid 209, 539*.

Speerkruid 137, 216, 284, 442. Spektorren 188.

Spergula 200.

„ arvensis 248, 399, 456. Spergularia marginata 498. Spermakernen 489.

Spermatoplasma 48, 49, 1U5, 486, 491, Spermatozoiden 50.

Sphaerotheca castagnei 65.

Sphagnum 561.

» cymbifolium 15*.

Sphinx convolvuli 241.

, pinastri 266*.

Spiegelvormende Kantvrucht 127. 432* 433.

Spinners 173, 239.

Spiraea 212, 388.

„ . Moeras- 231.

Spiraea aruncus 355, 524. , chaniaedryfolia 230. , crenata 32.

, ulmaria 231.

, ulmifolia 230.

Spiraeageur 231.

Spiranthes 106.

Spirogyra arcta 58.

Spitssporigen 561.

Spits Havikskruid 253.

Splachnum ampullaceum 560*. 561. » luteum 560*, 561. » vasculosum 560*, 561. Splitvruchten 501, 502*.

Spoor 201.

Spoorbloem 284*, 285, 330, 359, 360*.

Sporangiën 15.

Sporangium 9, 14.

Sporebeurs 65.

Sporeblaas 65.

Sporehouder 9.

Sporekapsels vervangen door aflezers

14, 539*.

Sporekapsel van Mossen 560*.

Sporen 6. 8, 14, 17.

als afleggers beschouwd 561. Sporeplanten 8.

Sporevorming door afsnoering 18.

» „ deeling 18.

Sporodinia grandis 57*, 58, 59. Springdraden 14.

Springzaad 203, 330.

Gewoon 122, 123*, 363, 460.

Spurrie 200

„ Gewone 248, 399, 456. Spurriekruid. Gerand 498.

Stachys palustris 417.

„ sylvatica 417.

Stalkruid 309.

Stamina 80, 96.

Stamper 78.

j Stamperbloemen 347.

Stanhopea 193, 232, 250, 261, 262. „ devoniensis 267.

„ tigrina 246.

Stapelia's 226, 229.

Statice 110.

„ arborea 218.

Steen 501.

Steenbreek. 137, 197, 205, 277, 406. , . Altijdgroene 110. , . Drievingerige 280,353,399. „ . Kondbladige 364*. , . Trosdragende 398. Steenbreken 96, 218, 227, 331 348

364, 395, 396, 532, 533*.

Steenklaver 505.

Steenraket 234.

Steenruit 554*.

Steenthijm 353, 520.

Steenvrucht 501.

Steenzaad 368, 369.

Stekelcactus 407.

Stekelnoot 371

Stekels, stijve haren enz. ter bescherming op den weg, die naar de bloemen voert 281. „ tot verdediging der vruchten 519.

Stekelzwammen 19, 20*.

Stelen van bloemen als lokmiddel voor

insecten 211.

Stellaria graminea 137, 415. „ holostea 415.

„ humifusa 532.

, media 347, 399.

Stellateeën 103, 387.

Stellera passerina 456.

Stelsel van Linnaeus 345.

Stempel. Fluweeligheid van den — 337. „ . Kleverigheid van den — 337.

Sluiten