Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

humuslaag kunnen dringen, en als niet van boven af door bevloeiing of door overstroomingen nu en dan minerale bestanddeelen worden aangevoerd, bestaat die bovenste laag van den grond uit zuiveren humus, waarop alleen verrottingsplanten gedijen.

Op leisteengebergten ontstaat betrekkelijk veel gemakkelijker en vlugger zulk een humuslaag dan op kalkgebergten, omdat daar het gesteente en de verweringsproducten van het gesteente het water veel beter vasthouden en er voor de ontwikkeling van den humus eene gelijkmatige bevochtiging noodig is; het geschiedt echter ook daardoor gemakkelijker, doordat op leisteengrond reeds de tweede der bovengenoemde trappen van ontwikkeling van het plantendek bereikt is en dit dus uit planten bestaat, die zeer weinig anorganisch voedsel behoeven, zoodat er dus aan de humuslaag, die op kosten van de gestorven deelen dezer planten hooger wordt, slechts weinig anorganische stoffen worden toegevoegd. Maar ook in het kalkgebergte kan zich in den loop der tijden een dikke laag zuiveren humus vormen. Alleen moet op die plek dan de grond van onderop gelijkmatig vochtig worden gehouden, en er mogen dan noch zand noch slijk van boven worden aangevoerd.

Zijn deze voorwaarden vervuld, dan ontstaat er zelfs op kalkrotsen en kalkpuin als derde trap van ontwikkeling langzamerhand een dikke humuslaag, welker bovenste gedeelte geen spoor van kalk bevat, en waarop dan ook kiezelplanten uitstekend voort willen. Het in groepjes voorkomen van zoogenaamde leisteenplanten of kiezelplanten in het kalkgebergte, en wel te midden van een plantenkleed, dat als kenmerkend voor kalkachtige gronden geldt, vindt op die wijze eene natuurlijke verklaring.

Het water, dat de gesteenten bevochtigt en de aarde drenkt, heeft, afgezien van de mechanische werking, de belangrijke taak, van de minerale stoffen oplossingen te vormen, waaruit de wortelharen der planten eene keuze kunnen doen. Als oplossingsmiddel is vooral het van boven in den grond dringende atmosferische water, de neerslag uit den dampkring, door zijn gehalte aan koolzuur zeer belangrijk. Voor dat deel van den grond, dat met de wortels van de levende planten is doorvlochten, is het van veel grooter beteekenis dan liet aan koolzuur zeer arme grondwater, dat. zich verzamelend boven de ondoordringbare lagen van den bodem, van onderop de losse aarde drenkt.

De waterhoudende kracht der aarde is in de eerste plaats afhankelijk van den graad van verdeeling van 't gesteente, door welker verwering de aarde is ontstaan, en dan van de hoeveelheid klei, die bij de verwering is gevormd. Maar ook de hoeveelheid humus, die zich in den loop der tijden heeft gevoegd bij de producten van verwering en ontbinding der onderliggende gesteenten, heeft er grooten invloed op, en er ontstaan op die wijze uiterst ingewikkelde onderlinge verhoudingen, die liet moeilijk maken, de grondsoorten nauwkeurig in te deelen naar hun waterhoudend vermogen.

Wanneer een zandige, humusarme, het water doorlatende grond niet door grondwater kan worden bevochtigd en alleen op de bevochtiging met

A. Kkrnkk vos Marh.aux, Het leven der planten. IV. 2

Sluiten