is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat felle bestraling bij de groeiende planten een tegenovergestelde uitwerking zal hebben. En zoo is liet ook inderdaad. Planten, die liet eene jaar in de schaduw gehouden en het daarop volgend jaar van het begin harer ontwikkeling af in de zon werden geplaatst, verkregen korter stengelleden en steviger bladeren; in vele gevallen werd er. behalve het chlorophyl, ook anthokyaan bereid; de bloemen werden donkerder gekleurd en bij vele vormde zich buitendien op de groene deelen een overtrek van haren. In hoever hierbij de uitdamping eene rol speelt, die in het zonlicht zooveel sneller plaats heeft dan in de schaduw, behoeft hier niet te worden uiteen gezet; in laatste instantie zijn immers ook deze veranderingen door het zonlicht teweeggebracht.

Het duidelijkst openbaart zich de uitwerking der felle bestraling bij eene vergelijking van de op verschillende hoogten, maar in overigens gelijke omstandigheden, uit gelijke zaden ontsproten planten. In dit opzicht zijn de resultaten, verkregen in de jaren 1875 tot 1880 in een proeftuin bij den top van den Blaser in Tyrol, ter hoogte van 2195 M., zeer belangrijk, en wij willen daarom enkele van die resultaten hier in t kort vermelden.

Wat allereerst de eenjarige soorten betreft, hun zaden werden in September uitgezaad. Gedurende den winter waren de kiembedden van den proeftuin bedekt met dikke sneeuwlagen van een tot anderhalven meter. Het ontkiemen der zaden had in het daaropvolgende jaar, spoedig na het smelten der sneeuw, plaats, en wel tusschen 10 en 25 Juni. De ontwikkeling der kiemplanten viel dus in den tijd van den hoogsten zonnestand en der langste dagen. De jonge planten waren blootgesteld aan een temperatuur, die niet lager, maar eerder iets liooger was dan die, onder welker invloed zich de uit dezelfde zaden op de proefbedden van den Weener Botanischen tuin ontsproten planten reeds in Maart begonnen te ontwikkelen, toen de dagen slechts 12 uren lang waren.

Door de nu en dan voorkomende vorst, die in elk der zes proefjaren zich niet alleen in de laatste week van Juni, maar ook nog in den loop van Juli en Augustus had doen gevoelen, werden de kiemplanten van verscheiden soorten gedood, bijvoorbeeld van Gilea tricolor, Jfyoscijainus olbus, Plant ago psylliuin, Silene gallica, Trifolium incumatum; bij een gedeelte echter, als Agrostemma '/ithago, Bolderik; Centaurea ryanus, Korenbloem; lberin amant, Witte Scheef bloem; Lepidium sativum, Tuinkers; Satureju hortensia, Boonenkruid; Senecio vulgaris, Gemeen Ivruiskruid; Tunjenia latifolia, Borstelscherm; Veronica jtolita, Gladde Eereprijs; I iola uroensis, Akker \ iooltje, werd door deze vorstperiode slechts een tijdelijken, korten stilstand in den groei veroorzaakt, en zij ontplooiden op 't eind van Augustus en in 't begin van September haar bloemen. De planten van enkele dier soorten, bijvoorbeeld Senecio vulgaris, Veronica /tolita en Viola arrenxix, brachten in September ook nog rijpe, kiemkrachtige zaden voort.

De tot bloei gekomen exemplaren vertoonden in vergelijking met die, welke gedurende de korte dagen van het voorjaar met zijn nachtvorsten op de proefbedden in Weenen zich hadden ontwikkeld, opvallend verkorte stengelleden.