Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons bekende Pikanj elier], Lychnis riscaria; en 3o. een soort welker stengel afwisselende bladeren draagt en welker bloemen in hoofdjes staan, de [bij ons niet voorkomende] soort van Ganzebloem, Chrysanthemum (of Pyrethrum) corymbosum.

Het Parnaskruid, Pamassia pal listris, uit den proeftuin op de Alpen had, vergeleken met de planten in den Weener Botanischen tuin de volgende afmetingen:

BOTANISCHE TUIN PROEFTUIN OP DEN

IN WEEKEN. BLASER.

Hoogte van den stengel. . 20—27 eM 5—9 cM Afmetingen van het stengelblad 3,3 cM lang; 2,4 cM breed 1,0 cM lang. 0,6 cM breed

Middellijn der bloem ... 2,8 c-M—3,4 cM. 1,8—2,0 cM

De stengels werden dus in de Alpen slechts een derde tot een vierde zoo hoog, en de bladeren slechts een derde of een vierde zoo groot als in Weenen, en ook do bloemen vertoonden in de Alpen een veel kleiner middellijn dan in Weenen.

De tweeslachtige planten van de Pikanj elier, Lychnis riscaria, in den tuin op den Blaser gaven bij een vergelijking met die in den Weener Botanischen tuin het volgende resultaat:

BOTANISCHE TUIN j PROEFTUIN OP DEN

IN WEENEN. I BLASER.

Hoogte van den stengel, met inbegrip van de spil der

intlorescentie 400—500 mM 230—240 mM

Benedenste stengelbladeren. 80mMlang; 4 mM breed 50 mM lang; 3mMbreed

Bloeiwijze 80 , „ 50 „ „ I 60 „ „ 40 „ „

Kelk 15 n y, 6,5 „ „ 13,•> r „ o „ „

Schijf der bloembladeren . 10 „ „ 8 „ „ . 8 „ „ 6,8 „ „

Nagel der bloembladeren . 8 mM lang 7 mM. lang.

De planten van den Alpenproeftuin vertoonden dus, in vergelijking met de planten van den Weener Botanischen tuin kleinere afmetingen van den stengel, der bladeren en der bloemen. Buitendien viel nog het volgende op te merken. Het aantal stengelleden bedroeg bij de planten van den Weener Botanischen tuin 9, waarvan 5 op de spil van de bloeiwijze kwam; elk bijscherm ontwikkelde 3 tot 5 bloemen, en de geheele bloeiwijze had 33 tot 40 bloemen, «ij de planten uit den Alpenproeftuin bedroeg het rantal stengelleden slechts 6 tot 7, waarvan ;? op de spil van de bloeiwijze kwamen; de schermpjes, waar het bijscherm uit bestond, waren maar voor een klein deel driebloemig; in de meeste was alleen de middelbloem tot ontwikkeling gekomen, en de beide zijdelingsche waren achterlijk gebleven of in 't geheel niet ontwikkeld. De sdieele inflorescentie bestond slechts uit 5 tot 11 bloemen.

Sluiten