Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu werd de geheele proef met Diantlius alpinus van het begin af herhaald; maar dezen keer had zich op den kalkloozen kleigrond de Dianthus alpinus niet veranderd, en dus lag het vermoeden voor de hand, dat de plant, die voor een overgangsvorm tusschen Dianthus alpinus en Dianthus deltoides was gehouden, een bastaard uit die beide soorten was. Om daarover zekerheid te erlangen, werd kunstmatig een kruisbestuiving der beide soorten tot stand gebracht. Uit de zaden, die het resultaat dezer bestuiving waren, groeiden nu inderdaad planten op, die volkomen gelijk waren aan de voor overgangsvormen aangeziene planten, en nu kon er geen twijfel meer bestaan, of eenige stempels van die plant van Dianthus alpinus, die de eerste maal de zaden voor de proeven had geleverd, waren door insecten bestoven met het stuifmeel van Dianthus deltoides.

Dikwijls komt er ook verwarring, doordien bij vele gewassen de jeugdige vormen sterk afwijken van de volwassen planten. De jonge Berken, die uit zaden van den Blanken of Witten Berk, lietula verrucosa (of alba) voortkomen, hebben bladeren, die enkelvoudig gezaagd en dicht behaard zijn en als fluweel aanvoelen. Zij hebben een sterke overeenkomst met de bladeren der volwassen planten van den Zwarten Berk, lietula pubescens. De bladeren der volwassen boomen van lietula verrucosa krijgen daarentegen een heel andere gedaante; ze zijn dubbelgezaagd en kaal en voelen stijf en hard aan. Alleen die laatste worden in plantkundige werken als kenmerkend voor lietula verrucosa beschreven. Wie nu de zaden van een volwassen boom van deze laatste soort uitzaait, en daaruit planten ziet te voorschijn komen, die een anderen vorm en andere beharing der bladeren vertoonen, komt licht op het denkbeeld, dat er een diep ingrijpende, wezenlijke verandering heeft plaats gehad, en hij zal geneigd zijn, deze als de onmiddellijke uitwerking van een wijziging in uiterlijke omstandigheden te beschouwen.

Dat op zulke bronnen van fouten en vergissingen, als bij de door mij vóór 35 jaren genomen proeven zich hadden doen gelden, later nauwkeurig achtgeslagen werd en dat er rekening mee werd gehouden, zal ik wel niet behoeven te verzekeren. Bij die latere proeven, met name bij die, welke gedurende zes jaren in den Alpenproeftuin op den Blaser ter hoogte van 2195 M. en ter vergelijking in den tuin bij mijne villa Marilaun in het hooggelegen Gschnitzdal in Tirol op 1215 M hoogte, in den Botanischen tuin te Innsbriick op 569 M. hoogte en in den Botanischen tuin van de Weener universiteit op 180 M. hoogte werden gedaan, was in geen enkel geval eene verandering te constateeren, die vorm en kleur duurzaam wijzigde.

Als de in het dal geoogste zaden van een plant in het gebied der Alpen werden uitgezaaid, dan traden bij do daar ontkiemende planten die veranderingen op, die in de voorgaande regelen werden genoemd. Deze veranderingen bleven zich ook vertoonen bij de nakomelingschap van die planten, maar alleen dan, als zij op dezelfde plaats werden gekweekt, waar de ouders hadden gestaan. Zoodra de in de Alpen gevormde zaden weer op de proefbedden van den Innsbrücker of Weener Botanischen tuin werden uitgezaaid, namen de daaruit

Sluiten