Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der „Potvormigen" of Chytridiaceae, alsook door de soorten van de geslachten Exobasidium en Gymnosporangiutn,

De tot de Chytridiaceeën behoorende zwam Rozella septigena ontwikkelt zwermsporen, waardoor de verschillende soorten van het eveneens tot zwammen behoorende geslacht Saprolegnia worden overvallen. De zwermsporen van de woekerplant vestigen zich op die buisvormige cellen der aangetaste Saprolegnia, welker protoplasmatische inhoud juist op het punt is, zich te deelen en zelf zwermsporen te vormen. Ten gevolge van het bezoek van de woekerzwam blijft dat proces achterwege; daarentegen deelt zich de buisvormige cel, die tot een sporangium van de Saprolegnia had moeten uitgroeien, in korte tonvormige cellen, van welke ieder tot een sporangium van Rozella septigena uitgroeit. Buitendien ontwikkelen zich op de aangevallen cel van Saprolegnia ook nog zijdelingsche uitwassen, die tot bolletjes opzwellen en waarvan ieder één duurzame spore of hypnospore van de woekerzwam bevat.

Door de woekerende soorten van Synehytrium, de tweede der genoemde woekerzwammen, worden afzonderlijke cellen van de opperhuid der bladeren van de voedsterplant vergroot en welven zich dan boven de andere onveranderde cellen omhoog. De niet zeldzame soorten Syneliytriuni anemonen en taraxaei veroorzaken slechts een geringe zwelling, op de bladeren van Anemoon en Paardebloem en de vergrooting der aangetaste cellen bedraagt nauwelijks meer dan liet viervoudige, ja dikwijls slechts liet dubbele van den gewonen omvang. Daarentegen verheffen zich de door den invloed van Synehytrium myosotides kankerachtig ontaarde opperhuidcellen op de bladeren van Vergeetmij-niet, Myosotis, tot betrekkelijk groote, kolfvormige, fleschvormige of eivormige blazen van goudgele of roodgele kleur, en elk daarvan bevat de woekerplant, of wel de sporen daarvan. Ook zijn de door Synehytrium myosotides aangetaste plaatsen van liet blad opvallend verdikt; daar verdwijnen de palisadencellen en ook de met lucht gevulde ruimten van het sponsparenchym. waarvan in Deel l op blz. 344 sprake was, en het weefsel bestaat alken uit groote. gelijkvormige, zonder tusschenruimten aan elkander sluitende cellen.

Hij door Synehytrium pilijieuni op de bekende Tormentil, Votentilla tormentilla, teweeggebrachte ziekte is de zeer vergroote cel, waarin de woekeraar nestelt, de zoogenaamde voedingscel, overwoekerd door de aangrenzende gehypertropheordo cellen, en ook groeien enkele der aangrenzende cellen in den vorm van haren omhoog, terwijl de gansche gal vorming den indruk maakt van een behaard wratje.

De meest in 't oog vallende, van een beperkt plekje in het weefsel uitgaande ziekelijke aandoening van dezen aard wordt door Exobasidium vaeeinii op de bladeren der Alpenrozen, Ilhododend ron hirsutum en Uhododendron ferrugineum veroorzaakt. Van één punt op het blad, gewoonlijk van de aan den onderkant een weinig uitspringende middelnerf, verheft zich een bolvormig, sponsachtig lichaam, nu eens van de grootte eener erwt, dan weer zoo groot als een kers, ja soms zelfs van den omvang van een kleinen appel. Hot heeft een geelachtige kleur, is aan de naar de zon gekeerde zijde roodwangig en herinnert ook daar-

Sluiten