is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De propgal len omvatten vele, dikwijls zelfs alle leden van een loot of spruit. De as dier spruit is dan altijd in lengtegroei tegengehouden en zij is daardoor boven de normale maat verdikt. Het opgezwollen gedeelte bevat van binnen een of meer door een merglaag omgeven larvenkamertjes.

Men kan van de propgallen weer tweeërlei vormen onderscheiden, ten eerste bladerlooze, die alle bladeren missen, of liever gezegd, waarbij de bladeren in knobbels, kegeltjes of kolfjes zijn veranderd, die zonder afscheiding overgaan in de gezwollen, het larvenhokje bevattende as, en ten tweede in bebladerde, die met schubvormige bladeren of met meer of minder ontwikkelde gewone bladeren zijn bezet. Van de bladerlooze propgallen moeten die vormen op den voorgrond worden gesteld, die met eigenaardige beschuttingsmiddelen tegen de aanvallen van dieren, die op galwespen azen, zijn toegerust. De hiernaast in Hg. 8 en !l afgebeelde, door ('i/nips polycera teweeggebrachte gal, uit de bladknoppen van Quercus pubescens en van Quercus sessiliflora ontstaande, die in zekeren zin een geheel zijtakje vertegenwoordigt, heeft den vorm van eene jonge vrucht van den Mispel en bezit 3 tot 5 afstaande, stijve, spitse kegeltjes, welke als gemetamorphozeerde, maar zonder afscheiding in het weefsel van de as der spruit overgaande bladvormingen kunnen worden beschouwd. Deze gal is éénkamerig, en het weefsel van den wand heeft zich gesplitst in een buitengal en een bolronde, uit merg bestaande binnengal.

De op blz. 73 in Fig. 2 afgebeelde gal wordt door de gal wesp Cynips llurtigii veroorzaakt, die een eitje in het midden van een bladknop van den Win tereik, Quercus sessiliflora, legt. Uit zulk een bladknop ontwikkelt zich in plaats van een bebladerde spruit een éénhokkige, kleine gal, van welker buitenkant groote spijker- of knotsvormige aanhangsels uitgaan, die als gemetamorphozeerde bladeren zijn te beschouwen. De verdikte, hoekige uiteinden van die aanhangsels sluiten dicht aaneen en vormen aldus in zekeren zin een tweede uitwendig omhulsel van liet larvenhokje, waarin dus vijandige sluipwespen onmogelijk kunnen binnendringen. Door de plaats en den vorm van die aaneensluitende aanhangseltjes herinnert deze gal levendig aan de kegel vrucht van een Cypres.

Nog wonderlijker is de uit de knoppen van verschillende eiken, zooals Quercus pemhdina, sessiliflom en pubescens ontstaande en door de gahvesp Cyuips lucida veroorzaakte gal, afgebeeld hiernevens in Fig. 5 en (!. Zij bevat verschillende larvenkamertjes en overvloedig mergweefsel, en van den omtrek gaan tallooze dunne aanhangsels uit, die aan lijmstokken doen denken, in zoo verre namelijk, dat zij aan liet tot een soort van knopje verdikte uiteinde zeer kleverig zijn. De sluipwespen, die gevaarlijk zouden kunnen worden voor 't insect, dat de gal teweegbracht, en ook andere dieren passen wel op, dat ze niet met die lijmstokken in aanraking komen. Ook hij deze gal kan men de aanhangsels, van de gezwollen as uitgaande, als gemetamorphozeerde bladeren beschouwen.

Kr zijn verder bij de tot deze groep behoorende, uit bladknoppen ontstane gallen ook enkele, waaraan de bladeren nog slechts door kleine verhevenheden aangeduid zijn. Zoo is het bij voorbeeld gesteld met de veelhokkige, sponzige,