Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den <*eur nu, dien de bloemen der Rozenhybriden afgeven, zijn de geuren der stamsoorten op de meest verschillende manier samengesmolten. Gewoonlijk komt de geur der eene stamsoort het sterkst uit eni dw> van ic andere is dan in zekeren zin slechts een bijmengsel. Soms ontstaat echter ook door samensmelting een geheel nieuwe geur. Weer in andere gevallen komt de geur van de ééne stamsoort in nog sterker mate uit bij de hybride terwijl die van de andere stamsoort totaal verdwenen is. Eveneens is het gesteld me c e aromatische stoffen, die den geur der bladeren bepalen, in welk opzicht meei in 't bijzonder de bastaarden van llosa glutinosa, rubigniosa (Eglantiei 1 ooh) en nu,om met Jlosa gallica en eentifolia zeer opmerkelijk zijn. Ook de aromatische' stoffen in de vruchten vervat, die onze smaakzenuwen prikkelen, vindt men in do bastaarden deels van den vader, deels van de moeder oveigenomen. Bij de moeilijkheid, om de verschillende gewaarwordingen van onzen reuk en onzen smaak door namen aan te duiden en met elkander te vergelij "en, kan men moeilijk op deze verhoudingen verder ingaan.

Wanneer de bastaarden in zake den geur een tusschenvorm zijn tusschen de stamouders, dan moeten wij er ons niet over verbazen, dat zij ook ten opzichte van andere levensuitingen het midden houden tusschen die beide, n

den Botanischen Tuin te Weenen staat sinds vele jaren een Weged001 n-

struik, Mammis hyhrida, die door kruising van Rhamnus alptna en lihamnus Alatemus is ontstaan. De eene stamsoort, Mammis alpinu, beeft bladeren, die alleen in den zomer groen zijn en in den herfst verwelken en afvallen; e andere stamsoort, Mamms Alatemus, heeft altijdgroene bladeren die in den winter stand houden en twee jaren aan de takken blijven. De hybride van beide Uhammts lujbrida, beeft bladeren, die in den herfst niet afvallen, maai ook niet twee jaren lang friscli en groen blijven, doch slechts één winter 11111 groene kleur behouden en in de daarop volgende lente, als uit de knoppen nieuwe takken te voorschijn komen, verdrogen en afvallen.

Zeer merkwaardig is ook liet verschijnsel, «lat de bastaarden vertoonen betreffende hun bloeitijd. Van het jaar 1863 tot 1874 werd over het 111 iloei komen van een vijftigtal verschillende Wilgen, die verzorgd werden m den Botanischen Tuin te Innsbrück, boek gehouden en zoowel van do soorten als van de daaruit voortgekomen bastaarden werd jaarlijks genoteerd, op welken dag ze voor het eerst bloeiden. Op de volgende bladzijde deelen wij eenige der

uitkomsten mede.

Sluiten