is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vruchtvorming bij de bastaarden in de meeste gevallen toe te schiijven is aan dezelfde oorzaken, die bij de echte soorten zich doen gelden. Als het goede stuifmeel te rechter tijd op de stempels komt, worden, zooals door tallooze proeven is bewezen, ook door de bastaarden kiemkrachtige zaden ontwikkeld.

Het is hier de plaats, melding te maken van een bewering, die, omdat zij door een kundig botanicus met groote beslistheid werd uitgesproken, voor een zekeren tijd in botanische werken als leerstelling te vinden is geweest. Het heette namelijk, dat de bastaarden wel vruchtbaar waren, maar alleen dan, als hunne stempels met het stuifmeel werden bestoven, dat van een der beide stamouders afkomstig was. De autogamie daarentegen zou geen vruchtvorming ten gevolge hebben. \ oor een deel steunde deze bewering op zekere proeven, die door den plantkundige Kölheuter in de tweede helft van de 18de eeuw met tuinplanten waren genomen.

Kölreuter had namelijk door kruising van twee soorten van Tabak, Nicotiana rustica en Nicotiana paniculata, een hybride voortgebracht, die in hare kenmerken juist hot midden hield tusschen de beide stamouders. Nu werden de stampers in do bloemen dezer hybride met het stuifmeel van de eene stamsoort bestoven, en het resultaat van deze tweede kruising was een hybride van den tweeden rang, die echter in hare kenmerken dichter bij de stuifmeelleverende stamsoort stond dan die van den eersten rang. Met die tweede hybride werd op overeenkomstige wijze gehandeld, en zoo werd na drie generaties een plant verkregen, die met de stuifmeelleverende stamsoort weer volkomen overeenstemde. De eerste bastaard was dus in zekeren zin teruggebracht tot eene der stamsoorten. Ook naar den kant van de andere stamsoort gelukte, na drie generaties, de „terugbrenging" der hybride tot do soort. Dit zou natuurlijk niet hebben kunnen gebeuren, als niet de bestuiving der stempels van de bastaarden van de eerste, tweede en derde generatie met het stuifmeel der stamouders een volledig resultaat had opgeleverd.

Dat bij gebruik van het stuifmeel eener stamsoort do bastaarden vruchtbaar zijn, is dus volkomen juist; maar de verdere bewering, dat de bastaarden bij gebruik van het eigen stuifmeel onvruchtbaar zijn, is, ten minste in zoo algemeenen zin opgevat, beslist onjuist. Uit de nauwkeurig gedane proeven van Kölreuter blijkt zclts zeer beslist, dat door autogamie, ook bij de bastaarden, rijpe vruchten kunnen worden gevormd, en dat zij bij do meeste ook feitelijk tot stand komen. Hier moge erop worden gewezen, dat een menigte mooi bloeiende hybride-\ iooltjes en -Anjelieren, die onze tuinen sieren, jaarlijks door autogamie tot zaadvorming komen en door middel van deze zaden tot duizenden en nog eens duizenden planten worden vermenigvuldigd, zooals reeds op blz. 93 werd gezegd.

/eer opmerkelijk zijn ook de ervaringen, die men verkregen heeft met de onder den naam Gele Luzerne bekende Medicago media, de hybride van Medicago falcata, Si k k e 1-R upsklaver, en Medicago sativa, de gewone LuzerneDeze hybride wordt in vele streken als voederplant in het groot op het land