Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minste dan bij de Polygonium- of Duizendknoopsoorten, die door insecten worden bestoven.

Bij de Caryophylleae of Muurachtigen is het opvallend, dat zich in het geslacht Diantlius, Anjelier, zooveel, en in het geslacht Silene, Lijmkruid, zoo weinig bastaarden vormen, ofschoon zij met het oog op de verdeeling der geslachten en op het veelvuldig bloemenbezoek van vlinders met elkander overeenkomen. Buitengewoon talrijk zijn de bastaarden in het geslacht Viola, Viool. Het is gebleken, dat talrijke Viooltjes, die men vroeger als „overgangen" aanduidde, en die er aanleiding toe gaven, dat de systematici geheele reeksen van soorten als één species beschouwden, in werkelijkheid bastaarden zijn. Evenals de Viooltjes in Middel-Europa gedragen zich de met hen verwante C«s<Mssoorten in Zuid-Europa. Verscheiden Cis<«sbastaards komen daar zoo veelvuldig voor, dat ze door vroegere botanici als soorten werden beschreven.

Wat de Cruciferen aangaat, valt het op, dat er tusschen de zoo talrijke éénjarige soorten dezer familie in de vrije natuur geen bastaarden worden gevormd. Ook hybriden van overblijvende soorten kent men weinig. Alleen de geslachten Roti pa (de gele soorten van het geslacht Xasturtium, Waterkers), Barbarea, Winterkers en Draba, Vroegeling, maken een uitzondering. Bij de Ranunculaceeën is het evenzoo gesteld. In de zoo rijk bedeelde geslachten Aconitum, Monnikskap, Helleborus, Kerstroos en Ranunculus, Boterbloem zijn slechts weinig bastaarden met zekerheid aangetoond; in de geslachten Anemone en dat der 1'aarsche Anemoon. I'ulsatilla, daarentegen kent men bijna evenveel bastaarden als soorten.

In de geslachten Tilia, Linde; Jlypericum, Hertshooi; Malva, Kaasjeskruid; Rhamnus, Wegedoorn; 1'istacia; Acer, Eschdoorn; Kuphorbia, Wolfsmelk; Kpilobiurn, Basterdwederik kent men eveneens veel bastaarden; het geslacht Kpilobium heeft er alleen meer dan 50. Des te meer moet het treffen, dat er zoo weinig bastaarden in de groote familie der Schermbloemigen, Unibelliferae, worden aangetroffen. Van de talrijke bastaarden uit de familie der Saxifragaceae, de Steen breken, zijn in 't bijzonder die vermeldenswaard, welker stamsoorten wat vorm en grootte betreft, veel verschillen. Men kan zich niet licht binnen de lijst van één geslacht een grootere tegenstelling in bladeren en bloemen alsook in de geheele manier van groeien denken, dan tusschen Saxifraga caesia en Saxifraga mutata; Saxifraga aizoon en Saxifraga cuneifolia; Saxifraga aizoides en Saxifraga squarrosa, en toch hebben zich door kruising dezer soorten bastaarden gevormd.

Ongeveer 200 in de vrije natuur ontstane, grootendeels vruchtbare bastaarden behooren tot de familie der Hosaceeën. De geslachten Geum, Nagelkruid; Fotentilla, Ganzerik; Kubus, Braambes; Rosa, Koos en Sorbus, Lijsterbes zijn, wat de bastaardeering betreft, bepaald onuitputtelijk in vormen. Daarentegen is de familie der Vlinderbloemigen, J'apilionaceae, die in systematisch opzicht zich bij de Kosaceeën aansluit, buitengewoon arm aan bastaarden.

Sluiten