Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee voorbeelden mogen ter illustratie hiervan dienen. De Zuringsoort Rumex patientia maakt met het oog op hare kenmerken den indruk van een bastaard uit Rumex aquaticus en Rumex crispus, de Water- en de Gekroesde Zuring. Zij wordt in 't wild aangetroffen in Hongarije en Bosnië, in een gebied, waar noch Rumex aquaticus, noch Rumex crispus voorkomen. In Herzegowina komt vrij menigvuldig eene Micromeria voor, die door een mijner botanische vrienden Microtneria Kerneri werd genoemd. Met het oog op hare kenteekenen is zij als een hybride van Micromeria graeca en Micromeria Juliana te beschouwen; maar geen van die twee groeit tegenwoordig in Herzegowina. Eerst in de ten Westen van dat land zich uitstrekkende, tot de Middellandsche flora behoorende streken van Dalmatië worden de beide vermoedelijke stamsoorten aangetroffen.

Nu het ontstaan van nieuwe soorten uit bastaarden, of met andere woorden het ontstaan van nieuwe soorten door kruising tusschen twee soorten, als bewezen mag worden geacht, doet zich de vraag voor, of naast dien eenen, niet ook nog andere wegen naar hetzelfde doel leiden. Bij de beantwoording van deze vraag moet men voor oogen houden, dat aan elke blijvende, op de nakomelingschap overgaande verandering in dc uitwendige gedaante, een verandering der constitutie aan het protoplasma eigen, moet voorafgaan, en dat, zoo ver de ervaringen reiken, dc verandering steeds uitgaat van dien protoplast, die in het vruchtbeginsel geborgen, op de bevruchting door het spermatoplasma wacht.

De prikkel tot verandering van dezen protoplast kan alleen van het spermatoplasma uitgaan, en elke gissing over de vorming van nieuwe soorten moet zich dus vastknoopen aan de vraag, of het bij de kruising in dezelfde soort en bij autogamie naar het oöplasma zich voortbewegende spermatoplasma door uitwendige invloeden veranderingen kan ondergaan, die zoo ingrijpend zijn, dat ook het oöplasma daardoor een ge wijzigden invloed ondergaat. Zoo ver de tot nu toe gedane waarnemingen reiken, is dat niet het geval. Desniettemin zou ik de mogelijkheid, dat de specifieke gesteldheid van hot spermatoplasma door den een of anderon uitwendigen invloed, die zich in den loop der ontwikkeling voordoet, hetzij in de antheren of antheridiën, hetzij op den weg naar het vruchtbeginsel, dat is naar het oöplasma, veranderd wordt, en dat ten gevolge van die verandering ook de voortgebrachte nakomelingschap eene van de moederplant duurzaam afwijkende gedaante krijgt, niet zonder meer willen ontkennen.

Boven allen twijfel verheven, omdat het door belangrijke proeven is bevestigd, is en blijft het feit, dat de door de invloeden van klimaat en bodem onmiddellijk veroorzaakte veranderingen van vorm niet erfelijk worden, en dat alle veranderingen van vorm, die op de nakomelingen overgaan, enkel tot stand komen door middel van een bevruchtingsproces, dat is, met andere woorden, dat nieuwe soorten enkel langs den weg der bevruchting kunnen ontstaan. Daarmee zijn echter ook het groote raadsel van do

Sluiten