Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afstamming dor soorten.

De in fossielen toestand uit den voortijd overgebleven plantensoorten zijn niet alleen de voorgangers, maar ook de voorouders der tegenwoordig levende soorten. Tegen liet eind van de perioden, die de wetenschap in de geschiedenis der aarde als tijdperken onderscheidt, heeft geen algemeen uitsterven en aan het begin dier phasen heeft geen algemeene vernieuwing der organismen plaats gevonden. De veranderingen in de levende natuur hadden plaats, evenals de veranderingen in de levenlooze oppervlakte der aarde, langzamerhand, met geleidelijke overgangen, en de onafgebroken samenhang tusschen de levende wezens van het tegenwoordige en het verleden is slechts een bijzondere vorm der voor de geheele natuur geldende wet van het behoud van kracht en stot.

In de hypothesen, die de afstamming der nu levende pl anten betreffen, en in de daaruit getrokken conclusies bestaat, onder de natuuronderzoekers van den tegenwoordigen tijd, geen meeningsverschil van eenig be ang. Des te meer loopen de meeningen over de oorzaken der verschillen tusschen < e plantenvormen van vroeger en nu uiteen. Dat behoeft ons niet te verwonderen, daar wij ons bij de behandeling dezer vragen slechts ton deele nog op den bodem der ervaring bewegen en bij onze veronderstellingen en besluiten maar al te dikwijls op gissingen zijn aangewezen. In zulke gevallen echter, waar vooi < en bespiegelenden menschelijken geest de deuren wijd openstaan, wordt hetgeen bewezen is niet altijd zoo streng van 't onbewezene gescheiden, als wel wenschelijk ware. Ook wordt dan maar al te dikwijls aan afzonderlijk staande feiten een waarde gehecht, die zij niet verdienen, en wat het ergste is men verzwijgt dan het bestaan van groote leemten in onze kennis, of beweert, dat die leemten gemakkelijk zijn te overbruggen. Zij worden ook overbrugd, maar met nietszeggende, geleerd klinkende vreemde woorden en met holle phrasen die met de noodige beslistheid voorgedragen, in het eerste oogenbhk overbluften, maar later een noodlottige ontnuchtering en teleurstelling achterlaten.

Het door zulke overdrijvingen en buitensporigheden gewekte wantrouwen tegen alles, wat de afstamming der soorten betreft, zal ons niet weerhouden, de in dezen opgestelde theorieën in het kort te behandelen en in het bijzonder de verschillende beschouwingen te bespreken over de oorzaken, waardoor (ie soorten uit vroeger tijden in die van den tegenwoordigen tijd zijn overgegaan.

Naar een algemeen verspreide opvatting kan een verandering in de levensvoorwaarden onmiddellijk een verandering in de soorten teweegbrengen. De veranderde levensvoorwaarden zouden in de plant nieuwe behoeften wekken en de nieuwe behoeften zouden een omvorming van de organen veroorzaken. Do in gebruik genomen organen worden sterker door liet gebruik, worden krachtiger ontwikkeld, grooter, en de andere zullen door het ongebruikt blijven kleiner worden, zullen achteruitgaan en ten slotte verdwijnen. Al zijn ze eerst van weinig beteekenis en niet in het oog vallend, in den loop des tijds zullen die veranderingen duidelijker aan den dag treden en zich

Sluiten