Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan, zoowel tusschen dieren als tusschen planten op te merken valt, een strijd tusschen individuen zoowel als tusschen soorten, en dat door middel daarvan de n a t u u r als het ware een keus doet, en de meest geschikten voor het leven in de gegeven omstandigheden doet zegevieren, die daardoor kunnen blijven voortbestaan en zich vermenigvuldigen, dit is een feit, waarvoor ook in dit werk op tal van bladzijden de bewijzen geleverd worden.

Dat deze natuur keus werkt, daarover zijn Darwin en Kerner von Marilaun het volkomen eens, doch er bestaat verschil in de wijze, waarop beiden zich voorstellen, dat die natuurkeus tot het ontstaan van nieuwe soorten medewerkt. De lezer heeft gezien, dat Kerner daarbij het grootste gewicht hecht aan do kruising der soorten en aan den strijd, gevoerd tusschen de verschillende ontstane hybriden onderling en tusschen deze en de oorspronkelijke soorten. Van de tallooze, veelal onopgemerkte bastaarden, die er, nu eens in groot aantal, dan weer in slechts enkele exemplaren van de in het wild groeiende planten ontstaan, zal de overgroote meerderheid te gronde gaan, maar enkele, die bijzondere voordeelen boven de stamsoorten bezitten, zullen, vooral als zij niet in te gering aantal zijn ontstaan, stand houden en blijvend nieuwe soorten opleveren.

Darwin hechtte, voor het ontstaan van nieuwe soorten in de natuur, niet zulk een groot gewicht aan de vorming van bastaarden. Voor hem was daarvoor do variabiliteit de hoofdzaak, d. i. de eigenschap, die zoowel bij dieren als bij planten valt op te merken, dat de nakomelingschap altijd en in allerlei richtingen, eenigszins van de ouders verschilt. Als een plant 1000 zaden voortbrengt, zullen deze al dadelijk een weinig in grootte, gewicht en kiemvermogen verschillen, zoowel onderling, als ten opzichte van het zaadje, waaruit indertijd de moederplant was opgegroeid. Na het ontkiemen van al de bedoelde 1000 zaden zullen zich tusschen de jonge plantjes eveneens tal van uiterst kleine verschillen openbaren, en eindelijk zullen er onder de volwassen geworden planten geen twee zijn te vinden, die volkomen even groot en even rijk bebladerd zijn, waarvan de bloemen en bladeren in alle opzichten volkomen denzelfden vorm bezitten, die terzelfder tijd evenveel vruchten en evenveel zaden voortbrengen enz. De natuurkeus werkt nu volgens Darwin vooral, doordat onder die talrijke, kleine en veelal nauwelijks merkbare verschillen er enkele zijn, die de plant eenig voordeel in den strijd om het bestaan geven, doordat verder onder de nakomelingen van dit individu er een aantal zullen zijn, die tengevolge der erfelijkheid, datzelfde voordeelige verschil, soms nog in sterkere mate zullen vertoonen zoodat op deze wijze, van geslacht tot geslacht voortgaande er talrijke individuen zullen ontstaan, die ten slotte vrij belangrijk van de oorspronkelijke stamplant afwijken en juist door hun afwijking in een bepaalde richting den

deelon in do Duitsche taal: „Mutations-theorie, Versuche und Beobachtungen übor die Kntstehung von Arten im Pflanzenreich", Leipzig, Veit und Comp., en in verschillende opstellen in liet Nederlandsche tijdschrift „Album der Natuur", waarvan Prof. Huoo de \ kies een der redacteuren is. Waar in bovenstaand hoofdstuk citaten voorkomen, z(jn deze aan laatstgenoemde opstellen ontleend. ^ BRTi

A. Kerner von Makilaun. Hst leven der planten. IV. ^'

Sluiten