Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Centimeter.

Epimcdium alpinum j

Silene alpestris j 15 tot 20

Mcntha ciridis '

Asperula odorata, Lieve-Vrouwe-Bedstroo \

Mcntha piperita, Pepermunt ( 20 tot 25

Bübia tinctorum. Meekrap I

Senecio Fuchsii, Wilg Kruiskruid '

Mercurialis perennis, Overblijvend Bingelkruid \

Mentha crispa, Kruizemunt f 25 tot 30

Agropyrum repcns of Trüicum rcpms, Kweekgras . . . . I

Aegopodium podagraria, Hanepoot

Convolvulus arvcnse, Akker Winde ) -jq 35

Saponaria o/'ficinalis, Zeepkruid '

Potentilla bifurca j

Hierochloa borealis I 35 tot 45

Urlica dioica, Groote Brandnetel f

Carcx pilosa , "

Glaux maritima, Zeemelkkruid |

Arnica Chamissonis 45 tot 55

Daphnc Philippi '

Senecio fluviatilis 55 tot 60

Tussilago farfara, Klein Hoefblad ) 60 tot 75

Solidago canadcnsis, Canadeesche Guldenroede '

Mcntha alpigena 75 tot 85

Nardosmia fragrans ) 85 tot 100

Kpilobium angustifoliiim, Smalbladige Basterdwederik '

Petasites officinalis, Groot Hoefblad 100 tot 150

Polyyonum sachaliense 150 tot 300

Deze getallen hebben geen betrekking op de lengte van een enkel stengellid, maar op de lengte van den geheelen jaarlijkschen nitlooper onder den grond, die uit vrij talrijke leden kan zijn samengesteld. Zoo bijvoorbeeld beeft de onderaardsche jaarloot van de bekende Umbellifeer Aegopodium podagra na, Hanepoot, Heers of Zevenblad, acht leden, waarvan die, welke bij liet uiteinde zich vertoonen. de geringste lengte hebben.

Evenals bij de uit onderaardsche wortels en knollen ontstane in rijen of in groepjes gerangschikte planten, hangt ook bij die, welke uit wortelstokken en uit uitloopers voortkomen, de snelheid der uitbreiding en de grootte der groep af van de lengte der jaarloten en ook van de omstandigheid, of de grond, waaide planten groeien, gunstige of ongunstige voorwaarden aanbiedt voor de verspreiding. Op plaatsen, waar hout gekapt is en aan rivieroevers ontwikkelen zich verscheiden van de hiertoe te rekenen planten, zooals bijvoorbeeld: het Land Struisriet, Calamagrostis epigeios; de Smalbladige Basterd weder ik, Epilobium angustifolium;de Canadeesche Guldenroede, Solidago Canadensis en andere Noordamerikaansche planten van dit geslacht; Budbeckia laciniatu, enz.

Sluiten