is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honderden grootere en kleinere rozetten begroeid, die echter de rangschikking in een kring hebben laten varen, deze tenminste niet meer duidelijk laten zien. omdat de uitloopers van naburige rozetten elkander op allerlei manieren kruisen en dan de kringen dus in elkander grijpen.

Aan de uitloopers komen, zooals in Deel II op blz. 376 is gezegd, als er geen beschadiging van de loot en dus geen storing van den gewonen groei heeft plaats gehad, alleen de eindstandige knoppen tot ontwikkeling, dat is alleen het lichtschuwe uiteinde van den uitlooper slaat, als het een geschikte plaats heeft gevonden, wortel, verdikt zich en groeit in het volgend jaar uit tot een nieuwe plant, terwijl de boogvormige, van groene bladeren ruim voorziene stengel afsterft, zoodat de verbinding met de moederplant verbroken wordt. Als bekende voorbeelden voor deze vorming van nieuwe planten kunnen worden genoemd Lithospermum purpureo-corruleum, de verschillende soorten van Vinca, als Vinca herbaren, Vinca libanotica en Vinca major, en die Bramen. Rubus, welker wonderlijke wortelvorming in Deel II op blz. 581 behandeld is. Daar de uitloopers van deze planten zeer lang zijn, kunnen in korten tijd groote uitgestrektheden overvloedig door hen met nieuwe planten worden overdekt. Door de plant van een op geschikten grond terechtgekomen Vinca major kan na twee jaren eene oppervlakte van zes schreden in de lengte en zes in de breedte in bezit genomen zijn. En dan eerst de Bramen! In de diepte van niet zeer dichte bosschen. waar de soorten met klierdragende haren hun standplaats hebben, zijn plekken van 8 tot 10 schreden in het vierkant, die binnen een paar jaren door de boogvormige, met de punt wortel vattende uitloopers worden overwoekerd, geen zeldzaamheid.

Dat ook de Aardbei plan ten, Fragaria vesca, formeele zwerftochten volvoeren met hun lange uitloopers, is algemeen bekend. Toch bestaat er in vergelijking met de boogvormige uitloopers van Lithospermum, Vinca en ltubus het verschil, dat bij de Aardbei buiten de knoppen aan den top der uitloopers ook die aan de tusschengelegen knoopen tot nieuwe planten uitgroeien, nadat de draadvormige verbindingstukken te niet zijn gegaan. Als in den loop van den zomer een Aardbeiplant drie uitloopers afzendt, elke uitlooper bij vijf knoopen wortel slaat en uit eiken knoop een knop. of wel een nieuw plantje tot verdere ontwikkeling komt, is de moederplant in het volgend jaar door vijftien dochterplanten omringd.

Daarbij moet worden opgemerkt, dat de lengte der leden van eiken uitlooper verschilt. Bij een in de schaduw van het bosch over den grond uitgestrekter, uitlooper der aardbei was bijvoorbeeld het eerste lid 37 centimeter lang, het tweede 34, het derde, 31, het vierde 30, het vijfde en laatste 22 centimeter; dus stonden de nieuwe planten dichter bij elkander, naarmate zij zich verder van de moederplant verwijderd hadden ontwikkeld. Uit elk dier 15 jonge planten ontstonden in den volgenden zomer weer, op gelijke wijze gegroepeerd 15 jonge planten, en in het open boschplekje, waar voor twee jaar een enkele, een oppervlakte van 50 vierkante centimeter beslaande Aardbeiplant had gestaan, waren nu 200 planten over een ruimte van ongeveer 3600 vierkante centimeter verdeeld.