Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieve vermenigvuldiging kunnen verschillende soorten van het geslacht Paeoma, Pioen, en dergelijke vaste planten worden aangevoerd.

Vermeerdert het aantal der uit een plantendeel voortkomende, naar boven groeiende en tot nieuwe planten zich ontwikkelende vertakkingen, dan neemt ook de omvang van de groep van jaar tot jaar snel toe en tevens vvordt de dichtheid grooter. Gesteld het geval, dat een stengel den eersten zomei vijt opgaande takken uitzendt en elk dier loten herhaalt die groeiwijze in he voWnd jaar, dan zullen na tien jaren ongeveer 10 milhoen loten naast elkander komen te staan. Aangenomen, dat de oude loten niet verrotten en vervallen, maar in vorm en stand onveranderd in wezen blijven, en aangenomen, dat alle deelen een gelijkmatigen groei vertoonen, dan zou ten gevolge van dezen ontwikkelings-gang een massa ontstaan, die den vorm had van een omge Leer en keel De naar beneden gerichte punt van den kegel zou de stam zijn, die tot uitgangspunt diende van het geheel, dan volgen naar boven verdiepingsgewijs boven elkander de loten van het tweede, het derde, het vierde jaar en zoo voort, elke hoogere trap steeds meer uitgroeiend m de breedte dan hare x ooigangster en elke verdieping den humus van alle voorafgaande lager ge egen verdiepingen bedekkend en hem doorspinnend met rhizoiden ot met vvoite Slechts zelden zal zich echter zulk een groote regelmatigheid voordoen; meesta veranderen de oude afgestorven leden van de groep in een bruin, saamgeperst molm, dat een breede onderlaag voor de hoogere lagen vormt en volstrekt met den vorm van een omgekeerden kegel vertoont; zeer dikwijls ontwikkelen zi enkele der omhooggaande takken gebrekkig, ten gevolge van de onderlinge zijwaartsche drukking, of bijzondere omstandigheden van de onderlaag wei

storend op den ontwikkelingsgang. ,

In de meeste gevallen liggen de tot één leeftijd behoorende, dicht ineengedrongen, op de bovengeschetste wijze ontstane nieuwe planten in een \ a . Men noemt dan de rangschikking zodevormig en de lieele groep van nieuwe planten een zode. Maar het komt ook voor, dat de in het midden c

groep gelegen nieuwe planten krachtiger opgroeien dan die aan den omtrek, de laatste blijven een weinig achter, zijn ook genoodzaakt, in schuine richting verder te groeien, en de geheele groep krijgt dan den vorm van een halve bol. Deze rangschikking wordt kussenvormig genoemd en de groep van nieuwe

planten wordt als een kussen aangeduid.

Losse bundels, zoden en kussens kunnen soms veel gelijken op in rijen staande of troepsgewijs gerangschikte groepen, en zonder een nader onderzoek van de vermolmde onderlaag der groep van nieuwe planten is het vele gevallen onmogelijk, te beslissen, of de verzameling een losse zode of een aaneengesloten groep moet heeten. Ook de onderscheiding van zoden en kussens is niet altijd zoo gemakkelijk, als men na bovenstaande uiteenzetting zou kunnen meenen, en wij mogen mede niet verzwijgen, dat er gevaUen voorkomen waan ons alle boven aangegeven onderscheidingskenmerken in den steek lateno met andere woorden, dat er tusschentrappen bestaan, die zich hebben 0 schoven tusschen de door de botanici kunstmatig afgepaalde vormen.

Sluiten