Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groei der Paardestaarten gunstig, dan rollen de linten zich als spiralen op, zooals de afbeelding in Fig. 2 vertoont. Bij deze gelegenheid wordt de spore gewoonlijk aan een of ander vooruitspringend voorwerp bevestigd, en zoo dat niet gebeurt, heeft het oprollen der springdraden toch een verkleining van de oppervlakte ten gevolge, en de spore wordt van de plaats, die wegens de vochtigheid geschikt is voor vestiging, niet gemakkelijk meer door den wind weggeblazen.

Tot de in sterke mate door luchtstroomen verspreide „afleggers" behooren ook de onder den naam sorediën bekende thallidiën der korstmossen. Zij doen zich aan het bloote oog voor als een zemelachtig, korrelig overtrek of een poeder, dat hier en daar het korstmos bedekt. Die stoftijne massa's bestaan uit afzonderlijke of tot groepen vereenigde, door kleurlooze hyphen omsponnen cellen. Zij ontstaan binnen in het korstmos, doordat ze zich van het andere weefsel afzonderen, blijven er nog een tijdlang liggen, vermenigvuldigen zich ook door dceling, maar worden eindelijk door reten en scheurtjes en spleten naar de oppervlakte gedreven. Als zij, door winden opgelicht en weggedreven, eindelijk in rotsspleten of in de groeven van boomschors komen, groeien ze daar dadelijk uit tot een nieuw Korstmos, dat met de moederplant in alle opzichten overeenkomt en zelf weer sorediën kan voortbrengen.

Door bijzonder overvloedige sorediënvorming zijn vooral de geslachten Stereocaulon, Ere min, en Pertusaria bekend. Het heesterachtig vertakte Korstmos Stereocaulon coralloïdes is vaak zoo dicht met sorediën bezet, dat men zou kunnen gelooven, dat het geheele Korstmos met grof meel bestoven was geworden, en de op de schors van oude boomen groeiende Krernia furfuracea heeft haren naam te danken aan de omstandigheid, dat zij er uitziet als met zemelen bestrooid. Het Korstmos Biatora lucida krijgt door zijn sorediën zelfs een zeer opvallend aanzien. In vele bergstreken, zoo bijvoorbeeld in Saksisch Zwitserland en in de ('entraalalpen, zijn de zand- en leisteenrotsen door de daarop vastgehechte sorediën geheel zwavelgeel gekleurd.

Dat de thallidiën van Blad- en Levermossen niet alleen door regenwater, maar ook door luchtstroomingen kunnen worden verspreid, werd reeds in Deel III op blz. 2:5 vermeld. Als voorbeelden hiervan kunnen dienen Aulacomium androgynum, Calypogeia Trichomanes, Scapunia nemorosu, Jungermannia bicuspidata, en Blasia pusilla, welker thallidiën op bijzondere rechtop staande dragers ontstaan, en waarvan eerstgenoemde afgebeeld is op blz. 21 van Deel Hl, in Fig. 15 tot 1H. Ook liet in Centraal-Amerika inheemsche Mos Sgrhopodon scaber, welker thallidiën aan den top der blaadjes ontstaan, zooals diezelfde afbeelding in Fig. 12 tot 14 laat zien, kunnen als voorbeelden worden genoemd. Ook het op vermolmde boomstammen in de naaldlioutbosschen van bergstreken veel voorkomende mos Tetrapliix pellucida, afgebeeld aldaar in Fig. 4, moet hier nog eens worden genoemd. Het ontwikkelt op den top van eigenaardige, rechtopstaande stengeltjes meercellige plaatjes, die eenigszins aan die van Marchantiu (zie Fig. 2 en 3) herinneren. De schijfjes worden op buitengewoon fijne steeltjes gedragen en zijn in een bekertje of rozetje van dichte saamgedrongen blaadjes besloten, afgebeeld DeelIII blz. 21 in Fig. ■> tot 8. Nadat de

Sluiten