Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met schubvormige, bladgroenlooze blaadjes, die, afgevallen, tot wortelstokken uitgroeien, waaruit nieuwe bladeren zullen oprijzen, zooals de afbeelding in Fif/. 9 tot 11 aangeeft.

Van de meeste losrakende knoppen, die in de oksels van stengelbladeren of bloemdeelen bij grootere phanerogame planten ontstaan en waarvan als voorbeeld Dentaria bulbifera mag worden gekozen, die in Deel III op blz. 540 werd afgebeeld, kan men eigenlijk niet zeggen, dat ze door 1 uehtstroomon

De vorming van „afleggers" bij Varens. I. Een veer van Cystopteris bulbifera. 2. Een gedeelte van zulk eon veer, dat aan den onderkant langs de middelnerf kogelvormige afleggers vormt. 3 tot 8. Ontwikkelingstrappen van deze afleggers. 9. Een stuk van een veer van Pheyopteris spar si [lom met wortelstokvormige afleggers. 10 en 11. Twee dezer afleggers afzonderlijk. — Naar Matavschkk en Sadi.iieck. Zie blz. 199.

worden verspreid. Ze zijn plomp en zwaar en dus in 't geheel niet geschikt, om op de vleugelen van den wind te worden gedragen. En toch speelt de wind bij de verspreiding van deze knoppen eene belangrijke rol.

Om die rol van den wind hierbij duidelijk te maken, is het noodig, dat wij eraan herinneren, dat de in aanmerking komende stengels niet zijn vertakt, dat ze kaarsrecht overeind staan en zeer elastisch zijn. Als de stengels sterven, behouden ze die veerkracht. Door windstooten worden ze sterk geschommeld, maar keeren, als het stil wordt, tot den vroegeren, opgerichten stand terug.

Sluiten