Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlieg is dan met een krans van uitgeworpen sporen omgeven en altijd is dit witte stof vast op de onderlaag gekleefd (zie Fi<j. (i). Dit verklaart zich hieruit, dat, zooals reeds werd gezegd, met de spore mee ook een deel van den slijmigkleverigen inhoud uit de knotsvormig uitloopende buis wordt uitgestooten, 't welk als kleefmiddel dienst doet en meer bepaald het aanhechten van de sporen aan de vensterruiten veroorzaakt. Wordt een levende vlieg, die toevallig in de buurt komt, door zulke weggeworpen sporen getroffen, dan blijven die dadelijk kleven, en wel zoo vast, dat het getroffen dier, trots al zijn

Verspreiding der sporen door werpin ric h tingen bij de EntomophthoraeeelSn. 1. Een rups van liet koolwitje aangetast door Entomophthora radkans 2. Dezelfde rups geheel omgeven door de liyphendraden en de sporedragers van deze Entomophthora; ware grootte. 3. Bundelvormig gegroepeerde sporedragers van den rug der rups; 80-maal vergroot 4. De uiteinden van eenige sporedragers, van welke sporen afgesnoerd worden; 300-maal vergroot. 5. Weggeworpen sporen. 6. Een door Empusa muscae aangetaste vlieg; natuurlijke grootte. 7. Hyphen van Empusa muscae, aan den top waarvan sporen afgesnoerd en weggeworpen worden; 300-niaal vergroot. 8. Een door kleverig sljjni omhulde spoie, 630-roaal vergroot. Naar Bbkfkld. Zie blz. 212 en volgende.

pogingen, om zich ervan te bevrijden en zich schoon te maken, niet erin slaagt, zich ervan te bevrijden. Elke vastgekleefde spore ontwikkelt dan al spoedig weer een buis in de lichaamsholte der vlieg, en de ontwikkelingsgang herhaalt zich op dezelfde wijze, als zooeven werd beschreven.

Evenzoo gaat het met de mede hierboven afgebeelde hnthowophthoru rddicans, die in de rupsen van het Koolwitje, Pieris brassicae, leeft. Ten behoeve der vegetatieve vermenigvuldiging komen uit het rupsenlichaam bundels hyphen te voorschijn, die zich voor het bloote oog als buitengewoon fijne draden

Sluiten