Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERSPREIDING EN VERDEELING DER SOORTEN.

De knolletjes, door deze plant gevormd, zijn een lievelingsvoedsel van de Sneeuwhoenders en worden gretig door die dieren opgezocht. Het sneeuwhoen vat de benedenhelft van de met knolletjes bezette aar van de genoemde Polygonumsoort aan met den snavel, trekt de aar in haar geheele lengte met een snelle beweging van den hals tusschen beide kaken door en brengt zoo op eens dozijnen knolletjes in zijn krop. Talrijke onderzoekingen hebben bewezen, dat in den krop der in de Alpen geschoten sneeuwhoenders naast de Roode Boschbessen als veelvuldigst voorkomend voedsel de knolletjes van Polygonum viviparum aanwezig waren, en ook in de kroppen van Noorsche sneeuwhoendeis werden telkens die knolletjes in grooten getale aangetroffen. Wat van dien voorraad in de spiermaag komt, wordt wel gekneusd en verteerd, maar men heeft dikwijls opgemerkt, dat een gedeelte van het door de sneeuwhoenders in grooten honger verslonden voedsel uit den krop weer wordt uitgewoipen, en dat heeft vooral plaats met de genoemde knolletjes, als zij in groote hoeveelheid in den krop worden gebracht. I)e uit den krop weer verwijderde knolletjes hebben het vermogen tot verdere ontwikkeling volstrekt niet verloren; zij groeien zelfs zeer snel tot nieuwe planten uit, en daar de plaatsen, waar het overcomplete voedsel uit den krop weer wordt uitgeworpen, altijd zich op eenigen afstand bevindt van de plek, waar het werd opgenomen, wordt door het genoemde proces inderdaad voor de verspreiding van Polt/i/onum viripamm

gezorgd.

De tweede wijze van verspreiding van losgeraakte deelen door dieren geschiedt door tusschenkomst van haren en borstel s met wee 1haken. Zij komt voor bij de hiernaast afgebeelde Cactus-soorten, die in de Mexicaansche hooggebergten inheemsch zijn, Mamillaria placosti<)ma en MannlJuria </nicilis. Van de ronde, dicht opeengehoopt uit een oude plant te voorschijn komende zijspruiten laat een deel vanzelf los en valt op den grond, een ander deel blijft wel op de plaats van hun ontstaan zitten, maar is daar slechts los met de plant verbonden en eene vluchtige aanraking, een licht erlangs strijken is voldoende, 0111 de afscheiding van de oude plant tot stand te brengen. Nu zijn echter aan den top van elke papil der genoemde Mamillaria's borstelharen ontstaan, waarvan enkele in weerhaken uitloopen, zoodat de bolronde spruiten levendig aan klitten of klissen herinneren. Evenals deze blijven zij aan de behaarde pooten of ook wel aan de vacht van erlangs strijkende dieren hangen en worden zonder opzet door die laatste weggesleept. De dieren trachten dan op hun rustplaatsen zich van de lastige aanhangsels te bevrijden, strijken ze af en laten ze op den grond achter. Hier kunnen ze wortel slaan en tot

nieuwe planten uitgroeien.

De derde soort van verspreiding van zelfstandig levende spruiten door

dieren betreft de waterplanten, die in hun geheel of bij gedeelten blijven hangen aan zich verplaatsende watervogels. Sommige soorten, die slechts uiterst zelden bloeien en vruchten doen rijpen en niettemin op tallooze, ver uiteenliggende punten voorkomen en dikwijls onverwacht in nieuw aangelegde vijvers optreden, worden grootendeels door watervogels ver-

Sluiten