is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat door den mensch verschillende nuttige planten op groote schaal door middel van vegetatieve vermenigvuldiging verspreid worden, willen wij hier slechts terloops vermelden. De Bananen welker vruchten geen kiemkrachtige zaden bevatten, de Aardappel en de lopinambur, |de knollen \an Ihlianthus tuberosus, Aardperen, voor veevoeder in gebruik], alsook verscheiden andere kool- en bolgewassen worden geregeld met behulp van stekken, knollen, bollen enz. vermenigvuldigd. Op de ontwikkeling van een natuurlijk verspreidingsgebied van zulke soorten heeft de opzettelijke kunstmatige vermeerdering langs vegetatieven weg geen merkbaren invloed gehad. Ook daar, waar ze bij menigte gekweekt worden, hebben zij zich niet ingeburgerd, en als de menschen nalieten, ze kunstmatig door „afleggers in stand te houden en te vermenigvuldigen, zouden ze op de bedoelde plaatsen dadelijk weer spoorloos verdwijnen.

Anders is het gesteld met de onopzettelijke verspreiding van afleggers van sommige planten door menschen. De kiel en de wand der het verkeer over wijde zeeën tot stand brengende schepen zijn, evenals de palen en de boeien in de havens en als de steile, in zee dalende muien en oeverrotsen, geheel met zeeplanten begroeid. \\ orden deze toevallig ol opzettelijk van hunne onderlaag losgemaakt, dan gaan ze niet noodzakelijk te gronde, maar kunnen in het zeewater blijven leven en in gunstige omstandigheden op een of ander punt van het vasteland voortgroeien. Op deze wijze kunnen planten van de eene kust naar de andere over groote uitgestrektheden worden verspreid.

Een andere onopzettelijke manier van verspreiding door de menschen geschiedt op bebouwd land, in wijnbergen, op akkers en in tuinen, en wel doordat bij het ploegen, opgraven en omwoelen van den grond de in de aarde gelegen bollen of knollen worden verplaatst. De bollen en knollen van sommige planten kunnen op deze wijze door spade en ploegschaar in den loop der jaren zoo gelijkmatig over het geheele veld worden verspreid, dat het lijkt, alsof men de bedoelde plant er opzettelijk had geplant. Het maakt een eigenaardigen indruk op een tocht door de met wijnstokken beplante streken van Boven-Italië bij verschillende, aan elkaar grenzende, maar door steenen muren vaneen gescheiden wijngaarden den eenen overvloedig bezet te zien met w ilde tulpen, terwijl in den anderen geen enkel exemplaar dezer planten te zien is.

In Middel-Europa is het eveneens gesteld met de op akkers groeiende Gugea arvensis, Akker Geelste ren Gngea stenopetala, Weide Geel stelen met de knolvormende Lathyrus tuberosus, de Aardakker. Het eene veld is als bezaaid met Geelsterren en op het naburige of aangrenzende komen ze in 't geheel niet voor. Op de (iünselhoogte bij Schcibs in het Eilafdal in Neder-Oostenrijk zag ik eens een regelmatig vierkant akkerland van het eene tot het andere einde met de planten van Lilium bulbiferum, de Oranje Lelie begroeid, terwijl op de aangrenzende velden slechts enkele exemplaren dezer plant stonden. Zonder twijfel werden hier de uit de bladoksels op den grond gevallen knoppen van enkele weinige planten bij gelegenheid van het ploegen over het geheele veld gelijkmatig verspreid, ofschoon die \erspiciding stellig niet in de bedoeling van den ploeger had gelegen.