Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een terugblik op de zoo verschillende manieren, waarop knoppen en spruiten, bollen en knollen en al die deelen, die de vegetatieve vermenigvuldiging bewerken, ontstaan en worden verspreid, leert, dat aan alle deelen der plant zulke „afleggers" [zooals wij ze, naar het voorbeeld der Duitschers genoemd hebben | kunnen worden gevormd, dat voor elke plantensoort de vorm dier afleggers onveranderlijk is, of, met andere woorden, dat de vorm der afzonderlijke deelen ervan in de op elkander volgende generaties juist zoo terugkeert als de vorm van bloemen en vruchten, maar dat niet zelden één en dezelfde soort twee, ja zelfs drie vormen van afleggers voortbrengt.

De tot de Pyrenom yceten of Kern zwammen belioorende Clavtcep* jmrpurea ontwikkelt op haren eersten trap van ontwikkeling, waarop zij met haar draden het groene vruchtbeginsel van de Kogge, Sera Ir cereale, doorwoekert en die de Sph a cel ia trap wordt genoemd, omdat men vroeger meende met Sphacelia segetum te doen te hebben, bolvormige sporen, die door insecten worden verspreid, zooals op blz. 215 is gezegd en zooals de afbeelding van 216 in Fifj. 2 laat zien. Later, als de roggehalmen dor en geel zijn geworden, wordt de zwam hard en groeit in den vorm van zwartviolette, hoorn vormige lichamen, tusschen de kafjes van de roggearen naar buiten, zooals de afbeelding van blz. 216, in Fig. 1 vertoont; dan is de zwam bekend onder den naam van Moederkoren. Dit Moederkoren valt uit de aren van de Kogge, doordien het door de wuivende halmen wordt afgeworpen. Nadat het op den akker liggend heeft overwinterd, groeien er staafjes als spelden, paarse, gestoelde knopjes uit op, (zie big. 3), welke knopjes talrijke urn- of fleschvormige inzinkingen, zoogenaamde pyreniën hebben, (zie Fig. 4.) Op den bodem van elk pjienium ontspringen dicht opeenstaande buizen of hyphen, de asci, in elk dier asci ontwikkelen zich acht sporen, zooals Fig. 6 aangeeft. Die sporen, die ten slotte uit den top van den geopenden ascus worden uitgeworpen, (zie big. 7 en 8), zijn draadvormig, dienen evenals de ronde sporen van den eersten ontwikkelingstrap ter vermenigvuldiging van de zwam en zijn even als deze als afleggers te beschouwen.

Altijd is de vorm van de tot nieuwe planten uitgroeiende deelen in overeenstemming met het jaargetijde en met de verspreidingsmiddelen, op de plaats van oorsprong aanwezig. In het eene geval is het geschikter, dat de afleggers slechts langzaam en stapje voor stapje, in het andere, dat ze snel en als met sprongen worden verspreid, in de lente kan het vooideelig zijn, dat zij dooi den wind, in den zomer, dat ze door dieren, in den herfst, dat ze door een wegslingering worden verspreid. Steppenplanten zullen op andere manier zich vegetatief moeten vermenigvuldigen dan planten, geplaatst op schaduwrijken,

vochtigen, voor wind beschutten boschgrond.

Evenzoo spreekt het vanzelf, dat afleggers, die boven of onder den grond voortkruipen, als uitloopers en wortelstokken, zonder zich van den grond te verwijderen, geheel anders toegerust zijn dan die, welke los van hun plaats van oorsprong, over den grond voortrollend of door luchtstroomen gedragen, of als aanhangsel van zich verplaatsende dieren verre reizen hebben af te leggen.

Sluiten