Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot 4 te zien is, die een teruggaande beweging van de eenmaal bereikte plaats onmogelijk maken en in zoover de richting van den te volgen weg bepalen.

Bij Arrlwnatherum elatius, Fransch Raaigras; Avena pratensis, Weide Ha verg ras, en verschillende andere grassen zijn de kafnaalden, die van den top der omringende kafjes uitgaan, knievormig gebogen. Het gedeelte onder de knie is kurketrekkerachtig gedraaid en buitengewoon hygroscopisch. Al naai den vochtigheidstoestand der lucht draait het zich als een touw nu eenslossei, dan weer stijver op. Door deze draaiing wordt dat deel van de naald, dat zich boven het knievormig gebogen stuk bevindt, als een uurwijzer nu eens naai de eene, dan naar de andere zijde bewogen. Begrijpelijkerwijze kan deze beweging alleen plaats hebben, als het uurwijzerdeel van de naald niet onwrikbaar ergens ^ vastzit. Als er op den grond een stevig voorwerp ligt en de eene hefboomsarm daartegen steunt, kan het gebeuren, dat de punt der naald, bij voortgezette draaiing van het benedengedeelte, zich over het vaste lichaam met een krachtigen ruk voortbeweegt, waarbij wat door de kafjes omsloten is in schuine richting omhoog wordt geslingerd. Zeer in 't oog vallend is dit verschijnsel bij

Haren en kafnaalden der kruipende vruchten. Vergroot. 1. Kafnaald van Aeydops ventricosei, 2. van Aegilops ovnta. 3. Haren van het vruchtpluis van Crupina vnlgon's. 4. Kelktand van Trifo-

lium stellatum.

de Haversoort, Avena stenlis. Hier heeft het afgevallen vruchtaartje twee met sterke, knievormig gebogen naalden bezette kafjes. Hij de verandering in den vochtigheidstoestand draaien de beide kafnaalden in tegengestelde richting, kruisen zich, drukken op elkander en glijden ten slotte met een heftigen ruk van elkaar, 'tgeen een omhoogspringen der geheele vrucht ten gevolge heeft. Deze beweging maakt veel meer den indruk van een huppelen of springen dan dien van een kruipen.

Hier mag wel even opgemerkt worden, dat het huppelen en springen, dat bij de vruchten van de Mexicaansche Springboon, Sebastiania pavoniana, wordt waargenomen, niet het gevolg is van veranderingen in de spanning van enkele gedeelten van den vruchtwand, maar door insectenlarven wordt veroorzaakt. die in het inwendige dezer vruchten leven, en wel de rupsjes van den tot de Microlepidoptera behoorenden vlinder Carpocapsa saltitans.

De weg, dien de kruipende, huppelende en springende vruchten afleggen, is zelden langer dan enkele decimeters. De vruchten geraken namelijk ten gevolge van de door hen uitgevoerde bewegingen spoedig op de eene of andere plek, waar zij tot rust komen en worden vastgehouden: of hun kafnaalden raken

Sluiten