Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der dieren waren gegaan, kiemplanten, die weliger stonden dan bij de ter controle gekweekte, die niet tot voedsel hadden gediend.

Uit deze proeven blijkt, dat de verspreiding der tot voedsel dienende vruchten door merels en andere zangers niet alleen, zooals men vroeger meen. e, uitsluitend bij Vi,cum album, Vogellijm, maar bij zeer veel andere planten kan ..laats hebben, en, zooals tal van andere waarnemingen leeren, ook inderdaad plaats heeft. Vooral de planten met vleezige vruchten worden op di manier verspreid. Het voorkomen van zulke planten op de schors der boomen, alsook het plotseling optreden op hooge rotsen en oude muren laat zich op die

manier zeer natuurlijk verklaren. in in„ 1.;;

In de botanische tuinen en ook in 't wild, bijvoorbeeld aan de lm bij

Innsbrück, ziet men in de vorken van oude boomen bloeiende en vruchten voortbrengende planten van ongeveer een dozijn verschillende soorten van heesters, die door bessenetende vogels met hun daar afgezette uitwerpselen er heen zijn gebracht. En op de smalle lijsten langs de stel neerdalende rotsen aan den oever van het Gardameer, waar nooit een menscli den voet 1 ee gezet, verrijzen vijgeboomen, die er, zooals men kan aantoonen, gebracht zijn door Oriolus galbult,, de Wielewaal en Sylvia atricapdla de Zwartkop.

Hiermee hangt ook samen, dat de vleezige vruchten tegen den verspreid moeten worden, veranderingen ondergaan, die de beteekenis hebben eener aanlokking der voor de verspreiding noodige dieren, en dat er ook inrichtingen zijn getroffen, die verhinderen, dat genoemde vruchten voor het intreden van dien tijd, dus vóór de rijpheid, door de dieren wojn w ggehaald. Op die laatste inrichtingen werd reeds in Deel 111, blz. •>- • > gewezen; wat echter de aanlokking van de tot de verspreiding der rijpe vruchten geroepen dieren betreft, moeten de volgende waarnemingen

hier in 't bijzonder worden vermeld.

De vruchten en zaden, die nog niet mogen worden weggehaald, omdat ze nog niet rijp zijn, blijven tusschen de bladeren der moederplant verborgen, hebben eene groene, met die bladeren overeenstemmende kleur en bezitten geen „eur Zij zijn ook, evenals het weefsel van de groene bladeren, door verschillend beschuttingsmiddelen voor verwoesting, door de aanvallen van zooals in Deel II op blz. 7(1 en volgende is uiteengezet. Zoodra echte J

der rijpheid is gekomen, wordt de verkrijgbare waar, als t ware, uitgestald,

nemen op hun reeds nit de verte zichtbare /eer in 't oog vallen,le kleur aan, ontwikkelen dikwijls ook een van verre waai te nemen geur, en de eerst als beschuttingsmiddel tegen dieren in het inwendige der weefsels weggelegde stoffen verdwijnen. Daar, waar alleen de zaden wor e verspreid en de vruchtwanden achter moeten blijven, a,s bijvoorbeeld b« laeo^ Jtusri, Ecompnun mrucosus, Magnolia grandiflom, springen de doos- of kokervruchten open, en de helder geel en roodgekleurde, soms staalblauw en zwar gevlekte zLlen zijn al van verre zichtbaar. Bij de genoemde soorten van Koongnm, en Magnolia komen ze uit de vrucht naar buiten en lijken aan draden opgehangen, waardoor ze nog meer in het oog vallen.

Sluiten