Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plantengemeenschappen en flora s.

met smalle, stijve, grasachtige bladeren op den voorgrond treden spreekt men van grazige kussens, zijn het in hoofdzaak plantjes, die een zachte, zwellende laag over den grond spreiden, dan zou men van vliezige kussens kunnen spreken, terwijl men met het oog op zeer bepaald in t oog vallen e bestanddeelen graskussens, kruidenkussens en moskussens onderscheidt. De kussens kunnen zich zoowel op drogen als op moerassigen grond ontwikkelen. Soms bepalen zij zich tot de naaste omgeving van bronnen of vormen enkel een overtrekje over stukken rots, maar men treft ze ook wel aan over wijde uitgestrektheden langs berghellingen en op groote vlakten, /e komen zeer veel voor in 't hooggebergte en in het arctische gebied.

8. Korsten. Toonaangevend zijn thallusplanten, die, als ze in drogen toestand verkeeren of ook wel ten gevolge van verkalking, hard en bros worden. Soms vormen de groepen geheele banken en riffen, of ook wel \ oimen korsten een losse bedekking van den bodem, die men wel schurft korsten noemt, hetzij ze over een rotsachtigen, leemigen of zandigen grond liggen. Zij

ontwikkelen zich zoowel in de lucht als onder water.

9. Viltbekleed ing. Bij deze bekleeding van den bodem zijn toonaangevend planten, welker thallus uit fijne, meer of minder dooreengewarde draden bestaat. Zij vullen de wateren nu eens als vlokken, dan als samenhangende viltige massa's, of vormen op steenen en slijk dunne overtrekjes, die door hun eigenaardige kleur al van ver in 't oog vallen.

Bij de keuze van namen voor de hier opgenoemde negen rubrieken van gemeenschappen werd geen gebruik gemaakt van benamingen, die betrekking hebben op bepaalde plantenfamiliën of geslachten, daar het ontstaan der gemeenschappen met stamverwantschap niets heeft uit te staan, zooals op ) z. -• 'h uiteengezet. Evenmin kon er gelet worden op de standplaatsen of op de luchtstreken, waartoe de gemeenschappen behooren.

Anders is het echter gesteld met de benaming van de afzonderlijke gemeenschappen, die tot de opgenoemde rubrieken behooren. In dit °Pzlcht is l'et gebruik van namen, die op standplaats en luchtstreek betrekking hebben, of die

eigen zijn aan de in de bedoelde gemeenschap op den voorgrond komende soorten,

geslachten en familiën, onvermijdelijk en zelfs noodzakelijk. Het is raadzaam om hierbij dezelfde nomenclatuur te bezigen, die zich bij alle andere beschrijvende natuurwetenschappen het bruikbaarst heeft getoond, namelijk elke gemeenschap met twee namen aan te duiden, waarvan de eene aangeeft, tot welke rubriek van de negen gemeenschappen de beschouwde behoort, terwijl de andere bijzondere eigenaardigheden ervan aangeeft.

Bij den tegenwoordigen stand van onze kennis is het onmogelijk, ook maaibij benadering de gemeenschappen op te noemen, waartoe de vele duizenden de aarde bevolkende plantensoorten zich hebben saamgevoegd. Intusschen schijn het toch geschikt, eenige aanduidingen in dit opzicht te geven en op de bijzonder in 't oog vallende gemeenschappen de aandacht te vestigen.

Sluiten