Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

df. verspreiding en verdeeling der soorten.

de mossen verscheiden bladmossen uit de familie der Bivaceeën, \an de Zeewieren verschillende soorten Fucus, Laininaria, afgebeeld in Deel II op blz. 270, Sargfissum, Macrocystis en Cystosira, van de Rood wieren of blorideeën, soorten uit de geslachten Ceramhim, Callithamnium, Sphacellaria, Fohjsiphonia en Lemanen; van de Gametophyceeën de soorten van het geslacht Bryopsis en Valonia; van de Cyanophyceeën vooral de soorten van het geslacht Hi/drurus en van de Characeeën of Krans wieren verschillende soorten uit de geslachten Chara en Xitellu.

De uitgangspunten voor de indeeling van No. ti, de rietbosschen werden reeds op blz. 294 aangegeven. Naar liet op den voorgrond treden van bepaalde Paardestaarten, Biezen, Cypergrassen, Restiaceeën, (eene uitheemsche familie op de Gramineeën gelijkende), Rietsoorten en Wietachtige Grassen, kan men tal van deze Bies-en Rietgroepen onderscheiden. Hierboven is b. v. een Wollegrasrietgroep uit een Gletschergebied van 2500 M. hoogte afgebeeld. In de op droge gronden ontwikkelde rietbosschen der noordelijk gematigde luchtstreek komen vooral de soorten van het geslacht Struisriet, Calamctgrostis, op den voorgrond. Talrijke rietbosschen vindt men in de

Sluiten