Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijken, of om de geleerder klinkende, maar niet beter verstaanbare wijze van uitdrukking te bezigen, zij zou de tendens tot differentiëering missen.

l)e zaak is echter veel eenvoudiger en natuurlijker te verklaren. In het gebied, waar alleen deze enkele Kubussoort zich voor goed vestigde, ontbrak de mogelijkheid, dat er door kruisbestuiving nieuwe Rubussoorten ontstonden. Misschien treft Kubus ulmifolius bij toekomstige verschuivingen van de Floragebieden nog eens samen met één of met meer soorten van Braambes uit naburige gebieden. Dan kan het niet uitblijven, of deze soort levert weer haar aandeel tot het ontstaan van nieuwe Kubussoorten. Maar indien door de eene of andere gebeurtenis de gansche Kubusflora en de aangrenzende gebieden werd vernietigd en Rubus ulmifolius bleef alleen stand houden, dan zouden evenmin als tot nu toe uit die soort nieuwe soorten voortkomen.

Een geheel alleenstaande soort kan zich daar, waar de toestanden van klimaat en bodem haar gunstig zijn, langs ongeslachtelijken en langs geslachtelijken weg onveranderd eeuwen aaneen verjongen en vermenigvuldigen, maar zij kan geen rol meer spelen bij het ontstaan van nieuwe soorten. Als eindelijk ook deze, door haar afzondering niet meer aan het vormen van nieuwe soorten deelnemende soort ten onder mocht gaan, wat bij de herhaaldelijk voorkomende veranderingen van het klimaat en de daardoor teweeggebrachte herhaalde verschuivingen der verspreidings-grenzen der planten niet onmogelijk is, dan zou deze gebeurtenis gelijkstaan met het in 't genoemde gebied uitsterven van het geheele geslacht, als welks laatste vertegenwsordigster deze soort zich had gehandhaafd.

De vergelijkende onderzoekingen van fossiele plantenoverblijfselen hebben geleerd, dat het uitsterven van afzonderlijke soorten veelvuldig, maar daarentegen het uitsterven der door de botanici als geslachten aangeduide groepen van soorten zelden voorkomt. Het verreweg grootste deel van de planten, welker overblijfselen uit vroegere perioden in fossielen toestand zijn blijven bestaan, behoort tot geslachten, die ook in den tegenwoordigen tijd voorkomen. Alleen wijken vele van de thans levende vertegenwoordigers, wat de soort betreft, af van de uitgestorven geslachten. Men krijgt den indruk, dat de nu levende de uitgestorvene vervangen en de rol dier laatste hebben overgenomen. Ook is het opmerkelijk, dat de fossiele overblijfselen vaak op heel andere plaatsen worden gevonden dan daar, waar tegenwoordig de naaste verwanten leven.

Van uitgestorven geslachten biedt de groep der Wolfsklauwen, Lycopodiaeeae, en die der Paar destaarten, Kquisetaceae, de treffendste voorbeelden. Van de plantengeslachten, die tegenwoordig de aarde bedekken, zijn die, welke nog slechts door een enkele soort vertegenwoordigd zijn, het meest blootgesteld aan 't gevaar van te zullen uitsterven. Dat gevaar wordt dan vooral groot, als de bedoelde soort slechts in een enkele landstreek voorkomt, zooals bij voorbeeld met Weluitschia het geval is. Voor het geslacht Rhodothamiius, waarvan tegenwoordig slechts ééne soort, namelijk Rhodotliamnus chamaecistus leeft, welker verspreidingsgebied echter door het uitgestrekte terrein, dat

Sluiten