Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Oost-Alpen tot den Altaï reikt, wordt afgebroken ot in twee deelen gesplitst, is waarschijnlijk liet gevaar voor uitsterven met zoo groot, omdat men mag veronderstellen, dat zelfs dan, als deze soort ten gevolge van wijzigingen in het klimaat op het eene punt volkomen zou verdwijnen, zich nog altijd exemplaren der plant op een ander, ver verwijderd punt, dat niet licht juist dezelfde klimaatsverandering zal ondergaan, zullen handhaven. Datzelfde „eldt van het geslacht Loiseleuria, waarvan wij als eenige vertegenwoordigster de soort Loiseleuria procumbens of Azalea procumbens kennen, en die in de hooggebergten van Middel- en Zuid-Europa en dan weer na een wijde gaping

in het arctische gebied voorkomt.

Wat de uitgestorven soorten aangaat, hun aantal is buitengewoon -■•root. Elke groep van soorten, waarvan zoowel levende als fossiele soorten bekend zijn geworden, biedt er leerrijke voorbeelden van aan. Van de nu levende planten neemt men aan, dat de endemische soorten in hun bestaan liet meest bedreigd of, met andere woorden, het eerst aan uitsterven blootgesteld zyn. Wanneer zich in het beperkte gebied der Zuidelijke Oost-Alpen, waar de beroemdste van alle endemische soorten, namelijk Wulfenia carinthiaca groeit, klimaatstoestanden mochten voordoen, die noch de geslachtelijke, noch de ongeslachtelijke verjonging en vermenigvuldiging van de genoemde soort toelaten, en het haar ook onmogelijk maken, zich te verplaatsen, dan zou Wulfenia carinthiaca over korteren of langeren tijd geheel van de aarde verdwijnen. Daarmee zou dan nog niet het geslacht Wulfenia uitgestorven zyn, want men vindt in Albanië een tweede soort, Wulfenia Baltazzii; in Noord-Syne eene derde, Wulfenia orientalis en in den Himalaya een vierde soort van dit geslacht, met name Wulfenia Amherstia. Daar ook deze endemisch voorkomen, dus aan een bepaalde plaats gebonden zijn, zouden zij, wel is waar, door hetzelfde noodlot kunnen worden getroffen en dan zou het geheele geslacht 1» ulfema uitgestorven zijn. Maar toch is het geval denkbaar, dat de verandering van klimaat in t gebied van de zuidoostelijke Alpen niet alleen geen uitsterven ten gevolge had, maar tot een uitbreiding van het verspreidingsgebied van Wulfenia carmthiaca leidde en dat dan niet langer, zooals nu. aan verplaatsing en verhuizing dezer plant hinderpalen in den weg waren gelegd. Dan zou het er zelfs toe kunnen komen, dat de nu zoo ver van elkaar wonende vier soorten nog eens werden samengebracht, dat er onderling kruisbestuiving plaats had en dat er meer

soorten ontstonden van het geslacht H ulfenia.

Vit dit voorbeeld kan men zien, dat men met veronderstellingen omtrent het toekomstig lot der soorten niet voorzichtig genoeg kan zijn. Vele endemische soorten zijn waarschijnlijk in den eerstvolgenden tijd tot uitsterven gedoem< . maar het is ook niet onmogelijk, dat hun in de toekomst nog een belangrijke

rol te spelen wordt gegeven.

Op welke wijze de vervanging der uitgestorven soorten tot stand

komt en hoe de door kruising ontstane nieuwe soorten de plaats hunner stamouders innemen, werd reeds op blz. 133 en 134 besproken, en wij behoeven bij de daar gemaakte opmerkingen alleen nog deze te voegen, dat het vervangen

Sluiten