is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zomertemperatuur van 29° verlangt en alleen op moerassigen grond gedijt. De laatste wordt in Europa in de streken, die aan deze voorwaarden voldoen, in Portugal, Spanje, Boven-Italië, Griekenland en Turkije verbouwd. De noordgrens van den rijstbouw reikt tot de laagvlakte van Friaul, tot Cervignano en Monfalcone. De gewone rijst werd reeds voor 5000 jaren in China als cultuurplant gekweekt. De Romeinen kenden de plant nog niet; door de Arabieren werd de cultuur in de Nijldelta en in Spanje ingevoerd. Tegenwoordig wordt zij ook in Amerika, van Carolina tot in Uruguay, en wel met den besten uitslag, verbouwd. Waar haar oorspronkelijk vaderland ligt, weet men niet; waarschijnlijk is het China, waar zij immers ook voor het eerst in 't groot werd gekweekt. Tegenwoordig voeden zich 750 millioen menschen met rijst als hun hoofdvoedsel en zij is de meest algemeen verspreide van alle meelleverende planten geworden.

Maïs, Xea Maïs, ook Turksche Tarwe genoemd, is uit Amerika afkomstig. De plant was er, zooals de kolven uit de graven der Inca's bewijzen, reeds vóór de komst der Europeanen als cultuurplant gebruikt, en werd dooide oudste bewoners Mali is genoemd. In 't begin van de 16de eeuw werd zij ook in Europa als meelleverende plant ingevoerd. Van hier uit verspreidde het gebruik zich door Azië en Afrika, waar zij nu op alle plaatsen, welker klimaat ervoor geschikt is, wordt gekweekt. De noordgrens van de cultuur valt met die van den Wijnstok vrijwel samen.

De andere meelleverende Grassen, die op de akkers worden verbouwd, met name verscheiden Haversoorten, als Avena sativa, Pluimhaver; Avena orientalis, Tros Haver; Anna nu/la en Arena strigosa, Zand Haver; Glyceria fiuitans, Groot Vlotgras; Eragrottis abyssinica, Zizania aquatica, Eleusine coracana, Coix lacryma, Sorghum vulgare, Sorghum saccharatum, Sorghum Durka, Panicum milliaceum, Gierst; Echinochloa fmmentana of 1'aiiicum frutnentana, J)igitaria sanguinalis, Kood Vingergras; Setaria italica, Italiaansehe Vogelgierst; Phalari» canariensis, Kanariezaad, hebben het, met betoog op hunne betrekkelijk kleine vruchten en de geringe hoeveelheid meel, die eruit kan worden verkregen, slechts tot een beperkte verspreiding gebracht. Vele ervan zijn trouwens thans niet zoozeer van eenige beteekenis als broodleverende planten dan wel als voedergewassen en dergelijke, zoo bijvoorbeeld de Haversoorten, welker frissche halmen en bladeren lang vóór het rijpen als groenvoer en welker vruchten als paardevoêr worden gebruikt.

Afgezien van de Grassen worden ter verkrijging van meel ook nog verschillende Chenopodiaceeën en Polygonaceeën in 't groot verbouwd, die in hunne vruchten dezelfde bestanddeelen bevatten als de korensoorten. Daartoe behooren vooral Chenopodium Quinoa, Polygonum fagopyrum, Boekweit, en Polygonum tataricum, Wilde Boekweit, de eerste in Chili en Peru als meelleverende plant veelvuldig verbouwd, de laatste twee over de Oude Wereld algemeen verspreide éénjarige gewassen, die zich vooral door hun korten groeitijd onderscheiden. Zij hebben namelijk tusschen hun ontkieming en het rijpen der vruchten, zelfs in slechts matig warme klimaten, niet meer dan vier maanden