Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig en worden daarom aan den eenen kant in steppengebieden, aan den anderen kant ook in berg- en zandstreken met veel succes verbouwd.

Uit het meel van Tarwe, Hijst en Maïs en over 't geheel van de meeste bovengenoemde korensoorten wordt een der hoofdbestanddeelen van ons voedsel verkregen, namelijk het zetmeel of amylum. Ook voor verschillende industrieële en technische doeleinden wordt dat veel gebruikt. Men krijgt echtei zetmeel ook nog uit verschillende andere, niet tot de Grassen behoorende planten. Van die zetmeelsoorten willen wij hier alleen het aardappelmeel, de

sago en de arrowroot noemen.

Het aardappelmeel is in Deel II, op blz. 115, door Fig. 7 en 8 afgebeeld. Het wordt uit de knollen van den Aardappel, Solarium tuberoxum, verkregen, een Solanee, die in Zuid-Amerika inheemsch, reeds door de daar thuis behoorende inboorlingen als cultuurplant werd verbouwd en die m de tweede helft der 16de eeuw ook in Europa burgerrecht verkreeg.

De sago wordt uit de stammen van verscheiden Cycadeeën en Palmen, vooral uit Metrox>/lon Ineve en Metroxylon Jtumphii, verkregen: de laatste plant heet ook wel Sagus Rumphii. Het mergweefsel dezer Palmen is buitengewoon rijk aan zetmeel en dit wordt uit de gevelde stammen verkregen.

Van arrowroot, als licht verteerbaar voedsel voor kinderen en zieken in gebruik, onderscheidt men de Oostindische, die vooral uit de knolachtige woitelstokken van Maranta arundinacea wordt bereid, en de Westindische, die uit de knolvormige wortelstokken van Curcuma leucorrhiza, Curcuma angustifolia e. a. wordt verkregen.

Hij het zetmeel sluit zich de suiker aan. Deze stof wordt aangetroffen in bijua alle planten. De soort van suiker, die door de scheikundigen Rietsuiker wordt genoemd, wordt in kleine hoeveelheid in Noord-Amerika uit de Suikera li or n, Acer saccharinum, in Oost-Indië uit den Ar én gp alm, Aretiga sacchariferu en uit Sorghum saccharatum verkregen. In vroegeren tijd en ook nu nog is echter liet in tropische en subtropische streken gekweekte Suikerriet, Saccharum officinarum, een hoofdbron der rietsuiker. Tegenwoordig wordt echter in Europa de meeste dezer suiker uit de in het groot verbouwde Beetwortelen, Bèta vulgaris, fabriekmatig geproduceerd, wat de wereld te danken heeft aan de ontdekking van Markgraff in 1747, die bevond dat het sap van den Beetwortel zich onderscheidt door een bijzonder hoog suikergehalte. Deze suiker is het voornaamste middel ter verzoeting van spijzen, artsenijen enz. waai toe in oudere tijden honig en het siroopachtige sap van gedroogde en ingekookte

peren werd gebruikt.

Door alcoholische gisting van suikerhoudende vloeistoffen krijgt men wijn, bier, cider of vruchtenwijn enz. Dikwijls worden ook stoffen, die rijk zijn aan zetmeel, eerst in suikerhoudende vloeistoffen en deze dooi gisting in alcoholische vloeistoffen omgezet, zooals in Deel II op blz. 171 is besproken. Op die dubbele omzetting berust bij voorbeeld de fabricatie van spiritus uit zetmeelrijke aardappels. Daar bij de destillatie van den alcohol ook nogandeie destillatieproducten, bittere of aromatieke stoffen, in het destillaat overgaan,

Sluiten