Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerkelijk is het, dat liet aantal der in Europa als groente gebruikte gewassen in den loop der eeuwen niet belangrijk is veranderd. Van de groene groenten kweeken wij tegenwoordig dezelfde soorten als ten tijde der Romeinen en ten tijde van Karei den Groote. Deze hebben bijna zonder uitzondering hun oorspronkelijk vaderland in 't Middellandsche Floragebied, groeien er vooral aan het zeestrand, waar hun vele oplosbare anorganische zouten ter beschikking staan, en zij werden ook van daar het eerst in de tuinen gebracht en op goed gemesten, aan anorganische zouten rijken grond niet het beste gevolg gekweekt. Van andere „groenten" heeft alleen de uit Amerika ingevoerde Aardappel, Solanum tuberosum, een groote verspreiding erlangd. Daarentegen zijn enkele nog in de 18de eeuw algemeen verbouwde groenteplanten, als bij voorbeeld de Boragie, Borago officinalis; de Goudsbloem, Calendula officinalis, en de Oostindische Kers, Tropaeolum ma jus, in den nieuweren tijd als zoodanig geheel uit de mode geraakt, hoewel ze als sierplanten nog gekweekt worden.

Het ooft of fruit wordt door vruchtenhandelaars en door het publiek verdeeld in steenvruchten, pitvruchten en besvruchten. Onder den naam Steenvruchten verstaat men die Amygdaleeën, welker zaad door een steenharde schaal en daaromheen door een vleezig, saprijk vruchtvleesch is omgeven. Deze zijn vooral in het Oosten in een groot aantal soorten inheemsch, en een deel ervan is ook van daar naar Zuid- en Middel-Europa overgebracht, reeds in den tijd der Romeinen. Maar ook Europa, vooral Zuidoost-Europa herbergt verschillende, oorspronkelijk wildgroeiende soorten van steenvruchten, bij voorbeeld de algemeen verspreide Zoete Kers, Prunus acium ; de Mei kers, Prunus acidu; Prunus Marasca en de „K riechen pf 1 aum e" Prunus insititia. Tegenwoordig worden, behalve deze, verschillende soorten gekweekt. als: Abrikoos, Prunus ar men ia ca; Perzik, Persica vulgaris; Gewone Pruim of Kwets, Prunus domestica; de Kersepruim, Prunus uujrobalauus; de Reine ('laude, Prunus italica; de Zure Kers, Prunus cerasus, en Prunus tff'usa. Tot de steenvruchten behoort ook de Kornoelje, de vrucht van een in Middel- en Zuid Europa inheemsche Cornacee, met name Cornus inas, de Koode Kornoelje, die zoowel versch als ook met suiker ingemaakt wordt gegeten.

Met den naam pitvruchten duidt men de vruchten der Fomaceeën aan. Hierbij zijn de zaadhokjes gevormd uit een perkamentachtig omhulsel en dit is gelegen in een vleezige massa. Hiertoe behooren de Peren, de Appels, de Mispels en de Kweeën. Een rol van minder beteekenis spelen de pitvruchten van sommige Sorbus-soorte n, zooals: Sorbus torminalisen Sorbus domestica, Peer Lijsterbes, alsmede de zoete variteit van de Gewone Lijsterbes, Sorbus aucuparia, var. dulcis. Van Peren en Appels onderscheidt men vele honderden verschillende soorten. Het is zeker niet juist, dat die alle van slechts twee in 't wild groeiende soorten Pi rus communis, Peer, en Pirus malus, Appel, zouden afstammen. Er bestaan in Zuid- en vooral in ZuidoostEuropa een heele reeks wildgroeiende Peren- en Appelboomen, bij voorbeeld Pirus austriaca, salviaefolia, nicalis, xanthoclada, brachypoda e.a., die door de plantkundigen tot nu toe niet met voldoende nauwlettendheid zijn waargenomen.

Sluiten