is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I)e thee komt van Thea chinensis, een heester, die tot de Ternstroemi aceeën behoort. De teêre bladeren van dezen heester worden afgeplukt en "edroogd en het door overgieten met heet water verkregen narcotische genotmiddel wordt als „thee" gedronken. De in de theebladeren vervatte the*», een met cafeïne geheel overeenkomend alcaloïde, gaat in het heete watei over. onderscheidt zwarte en groene thee. Bij de bereiding der *warte men de geplukte bladeren op matten zoo langzaam verwelken, dat het vocht in het blad eene gisting doormaakt, waarbij de bladeren eene donkere kleui aannemen; daarna worden ze gekneed, verhit, gerold en na al deze processen in de lucht gedroogd. Om groene thee te verkrijgen worden de bladeren snel gedroogd, zoodat ze hun groene kleur behouden. De thee wordt voor het gebrul soms met verschillende aromatische stoffen, met name met Camelha Sasanga Aglaia odorata, Gardenia florida, Olea fragram, Jasmimum Sambac en met

Oranjebloesem vermengd. , n u

Als vaderland van den theestruik wordt Boven-Assam genoemd. De cult van de plant is in China overoud. In den nieuweren tijd heeft zij zich ook over IndiS en de Soenda-eilanden uitgebreid. Het theedrinken was reeds in de lodc eeuw in geheel Azië gebruikelijk. In Europa werd het op 't eind der 16de eeuw algemeen, in gebruik gebracht door de Hollanders. In het jaar 16o0 werd n Engeland en in de tweede helft van de 17de eeuw ook in Duitschland de thee als narcotisch genotmiddel gedronken. Het gebruik van thee is in de 19de eeuw enorm toegenomen. In het jaar 1820 bedroeg de invoer van thee in Europa 3- inillioen pond sedert is het verbruik vele malen grooter geworden. In Rusland, Scan. 1navië en de kuststreken van Middel-Europa is de theeconsumptie van zeer groot gewicht, maar een volksdrank is de thee alleen geworden bi) Hollanders en

Kngehchen.bak ^ veelvuldigst als rooktabak, minder vaak als snuif-

en pruimtabak gebruikt. De plant draagt den naam van Nicot.ana labarum, een éénjarige gewas uit de familie der Sol aneeën, dat 111 Zuid-Amenkainl,eem8J! tegenwoordig in de subtropische en gematigde streken van alle werelddeelon wordt verbouwd. De bladeren, die nicotine bevatten, worden, als ze volgroei zijn geoogst, gedroogd en aan een soort van gisting onderworpen en daarna of opgerold voor sigaren, öf fijngesneden, voor zoogenaamde pijptabak gebruik . Naar de landen, waar de tabaksplant wordt verbouwd, onderscheidt men

talrijke soorten. . . ,

' Het rooken van tabak was bij de Amerikanen reeds voor de komst dei

Europeanen in gebruik. Columbüs zag in 1496 de inboorlingen van Guanaham

rooken. De toestellen, door middel waarvan ze den rook opzogen, noemden zij

Tabaco", vandaar de naam tabak. Den Latijnschen naam Nicottana verkreeg de

plant naar den Franschen gezant in Lissabon, Nicot, die de uit Amerika hem in

1560 toegezonden zaden naar Frankrijk liet overbrengen, waar zij, in tuinen

uitgezaaid, ontkiemden, bloeiden en vruchten tot rijpheid brachten. De 111 Mexico

zich vestigende Spanjaarden volgden het daar bij de oude bewoners gebiui e-

lijke rooken na. De naar Europa teruggekeerde zeelieden voerden het rooken