Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Frissche planten en plantendeelen als tooi en sieraad.

Waar de denkende mensch een verandering ziet, veronderstelt hij een werkzaamheid, waar hij werkzaamheid waarneemt, neemt hij een geestelijk leven aan, dat aan de waargenomen veranderingen ten grondslag ligt. Hij bevolkt de natuur met geesten en spoken, met vriendelijke en vijandige godheden en verpersoonlijkt niet alleen de natuurkrachten, maar ook de planten, waarin de natuurkrachten tot uiting komen, dat is hij stelt er godheden voor in de plaats, aan wie hij de waargenomen verschijnselen toeschrijft.

Hand in hand met deze personificatie gaat dan ook de symbol 1zeering. Men symbolizeert de godheden of de natuurkrachten en de daardoor teweeggebrachte concrete verschijnselen door beelden, die tot denzelfden kling van denkbeelden behooren, men brengt de godheden met symbolen in verband, die hun speciale werkzaamheid moeten uitdrukken. Zoo werd de vruchtbaarheid van den grond door de Egyptenaren door Isis verpersoonlijkt en dooi

tarwe-aren gesymbol izeerd.

l)e nauwlettende waarneming der natuurverschijnselen, die voor het wel en wee van de landbouwende of veeteelt uitoefende bevolking zoo belangrijk zijn, moest ook noodzakelijk leiden tot de voorstelling, dat sommige planten lievelingen waren der goden. Als men na vreeselijke onweders, waarbij de hagel den oogst vernielde, de bladeren van de boomen gerukt werden en de bliksem de zwaarste stammen had gespleten, sommige planten waarnam, die door het verschijnsel niet hadden geleden en onbeschadigd waren gebleven, meende men in deze planten beschermelingen en lievelingen der donderende goden te moeten zien. Zoo beschouwden de Germanen den Hulst, llex aquifolium, en de rozetten van het Huislook, Sempervivum tectorum, die bij den hevigsten hagelslag door den eigenaardigen bouw hunner bladeren geen schade lijden, als lievelingsplanten der weergoden; zij plantten ze in de tuinen en de laatste ook op de daken der huizen of staken wel op bepaalde dagen afgesneden takken tegen de gevels en boven de deuren van gebouwen, in de meening, door verzorging en vereering van de genoemde planten de toornende goden te verzoenen en den liuiselijken haard zoowel als zichzelven voor verdere schade te behoeden.

De godsdienstige wereldbeschouwing hangt altijd samen met vreugde en vrees, met een dankbaar aanvaarden van heilbrengende gebeurtenissen en met angst voor verderfelijke catastrofen met uitzicht op belooning of straf, en het is

Sluiten