Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kleine particuliere tuinen, die in dien tijd naast de groote villa- en paleistuinen in massa onstonden en vrijwel naar hetzelfde patroon waren aangelegd. Over den aanleg daarvan kan men in de botanische werken van dien tijd, met name in de kruidboeken van Tragüs, Matthioli en de andere zoogenaamde „vaders der botanie" talrijke opgaven vinden, met welker hulp het mogelijk is, zich een getrouw beeld ervan voor te stellen. De tuinen waren door rechte of in 't midden door boogvormige lijnen in afgesloten vakken ingedeeld, die voor een deel met vruchtboomen, voor een ander deel met groente beplant waren en begrensd werden door breede rabatten, omlijnd door geschoren buksboomen. Die rabatten dienden voor het opnemen van mooi bloeiende planten,

De tuin van het Isola Bella in het I.ago Maggiore, in 1(>71 aangelegd. Zie blz. 400.

kruiden en heesters in regelmatige afwisseling. Langs de muren, die den tuin omgaven, had men tegen de daar aangebrachte latten lage vruchtboomen geplant. Ook waren er prieëlen en gangen, met klimplanten omslingerd, aangelegd. In het midden van den geheelen tuin was een waterkom, omgeven door mooie, bloeiende planten en in welker midden, als de omstandigheden het toelieten, een fontein was aangebracht.

In de eerste helft van de 17de eeuw trad er een merkwaardige verandering op in de wereldbeschouwing in 't algemeen, en die verandering kon niet zonder invloed blijven op den tuinaanleg. De oudheid kende de geestdrift niet voor de oorspronkelijke, wilde natuur. Men vindt wel soms hier en daar eens aandni-

A. Kersku vün' Marii.aus, Het leven der planten. IV. "''

Sluiten