Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Botanische Tuinen en de Plantenkassen.

De aanleg van botanische tuinen vloeide het eerst voort uit den wensch, de tegen ziekten aan te wenden geneeskrachtige planten zoo snel mogelijk en in voldoende hoeveelheid in verschen of gedroogden toestand bij de hand te hebben. Bij verscheiden soorten, die in tuinen moeilijk konden worden gekweekt, ging dat niet, en men moest ze van rhizotomen of kruidenzoekers zien te krijgen, die ze in de vrije natuur verzamelden en in den handel brachten, maar vele, vooral éénjarige gewassen, gedijden voortreffelijk in den tuin en konden met uitmuntend gevolg voor het bovengenoemde doel worden gebruikt.

De Romeinsche schrijver Columella beschrijft bepaalde afdeelingen deituinen, die uitsluitend gewijd moeten zijn geweest aan de cultuur der geneeskrachtige planten, en uit het capitulare van Karei den Groote, dat in het voorgaande hoofdstuk op blz. 394 besproken werd, kan men afleiden, dat ongeveer 50 van do daarin genoemde planten ook over de Alpen gebracht werden en dat men ze daar plantte in de tuinen bij de pachthoeven. In het klooster Sanct-Gallen hadden de monniken in het jaar 1020 een tuin aangelegd, waarin op zestien bedden geneeskrachtige planten werden gekweekt.

De in Italië in de latere Middeleeuwen gestichte botanische tuinen, met name die te Salerno, van 1309 dagteekenend, en die, welken Gualtieri in 1330 in \ enetië aanlegde, waren in hoofdzaak gelijk aan deze tuinen uit den Karolingischen tijd. Men noemde toen de in zulke tuinen gekweekte geneeskrachtige planten simplicia, en nog in de 16de eeuw droegen aan de Italiaansche universiteiten, waarheen toen de jeugd uit aller heeren landen stroomde, de over de geneesmiddelen handelende demonstraties der bedoelde planten den naam cognitio of ostensio siinplicium, terwijl de voordrachten er over lectura simplicium werden genoemd.

Ook de andere botanische tuinen, die in snelle opeenvolging in Italië, Frankrijk, Holland en Duitschland ten behoeve van do medische faculteiten der academies werden gesticht, hadden, in overeenstemming met de toen door de botanie gevolgde richting, eerst geen andere taak, dan het aankweeken van de voor de voordrachten benoodigde medicinale planten. De botanische tuinen waren toen eigenlijk niet anders dan medicinale tuinen en werden ook gerekend te behooren tot de medische faculteit der academiën.

De omkeering, die in de tweede helft der 10de eeuw in de natuurwetenschappen viel op te merken, de ontwaakte belangstelling voor de plantenwereld van den vaderlandschen grond, als ook de zich ontwikkelende reislust en de verzamelwoede, die zoo kenmerkend zijn voor deze periode, gaven echter al spoedig aanleiding tot het overschrijden der tot hier toe aangenomen grenzen en tot het invoeren in de botanische tuinen van ook andere gewassen dan die, welke voor geneeskrachtig werden gehouden. Ja, het lag toen in den geest des tijds, alles te planten, wat maar even te krijgen was, en de bestuurders der botanische tuinen wedijverden met elkander, om zooveel mogelijk soorten in hun tuinen te kunnen aanwijzen.

Sluiten