Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

416

wijze van versiering is later ook overgegaan op de papieren behangsels van

den nieuweren tijd.

Wat de decoreering der kleederen met plantenornamenten betreft, zij dateert van betrekkelijk korten tijd. In de oudheid waren de kleederen eenkleurig en niet met patronen bedekt op het middelveld; alleen aan de randen konden ornamenten worden aangebracht, waaronder echter die uit de plantenwereld nooit van veel belang zijn geworden. De teekening der stoffen voor kleeding met bloemen, bladeren en ranken schijnt eerst in de Middeleeuwen in het Oosten te zijn opgekomen. Den hoogsten bloei bereikte dit gebruik der plantenversiering in den baroktijd, waarin niet enkel stoffen met grootbloemige patronen, maar ook kleederen, die geheel en al met borduursel bezaaid waren, in de mode kwamen. Onder Lodewijk werden de mooiste bloemen uit alle zónen, die men in tuinen en plantenkassen kweekte, door kunstenaars van den eersten rang geteekend en dienden dan als patronen in de groote borduurinrichtingen.

Wat de kunstbloemen aangaat, worden wij het eerst naar China verwezen, waar reeds lang vóór onze tijdrekening bloemen van gekleurde zijde, vermengd niet cocons en bonte vogelveêren als sieraden werden gebiuikt, en die van daar dan verder werden verspreid. Uit de mededeelingen van Plinius blijkt ook, dat men in Rome in den winter, als er geen versche bloemen en bladeren te krijgen waren, gedeeltelijk Immortellen gebruikte, de bloemen, die hun kleuren ook in gedroogden toestand behouden, en voor een ander deel kunstbloemen, die uit Egypte over Griekenland werden ingevoerd. Zeker werden deze kunstbloemen, die vooral geparfumeerd door Romeinsche vrouwen veel als sieraad werden gedragen, ook in Home nagebootst; maar het schijnt, dat deze tak van kunstindustrie daar in de Mideleeuwen weer vergeten werd.

In het Oostersch-Romeinsche Keizerrijk, vooral in Byzantium, moet die tak tot in de 16de eeuw krachtig hebben gebloeid, want Clusius verhaalt van papieren kunstbloemen, die in het jaar 1580 uit Konstantinopel naar \N eenen werden gebracht en daar groot opzien wekten. Van Konstantinopel is deze tak der kunstindustrie ongeveer in denzelfden tijd ook naar Italië en van daar naar Frankrijk overgebracht, waar vooral Lyon en Parijs zich ervan meester maakten en er zeer beroemd door zijn geworden. De kunstbloemen werden overigens niet enkel ter versiering der kleeding en van het kapsel gebruikt, maar zij deden ook dienst in de kerken, op de altaren en bij kerkelijke plechtigheden en verdrongen ten slotte de natuurlijke bloemen zelfs daar, waar dat te betreuien viel. Zij werden namelijk ook in de vazen en manden gebruikt, die bestemd waren om als sieraad in de woonvertrekken met frissche bloemen gevuld te worden.

Hij bovengenoemde Immortellen moet nog worden opgemerkt, dat door de Romeinen vooral Helichri/sum en Amaranthus als zoodanig werden gebruikt, waarvan men bijzondere soorten in Egypte kweekte, speciaal voor dit doel. Het gebruik van die Helichrysumsoorten is tot op den huidigen dag in stand gebleven, met name in Parijs, waar zij voor grafkransen algemeen worden

Sluiten