Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunt, zoodat de korf op die wijze door het op de hoofden der karyatiden rustend tafelblad als door een dak beschut wordt, is het breken der bladeren en bloemen in den korf zoo goed mogelijk verhinderd.

De gestiliseerde plantenornamenten van steen zijn zoo algemeen, da^ de beeldhouwers en architecten voor de verschillende vormen bepaalde namen hebben vastgesteld en dat ze aanleiding hebben gevonden een eigen kunsttaal te vormen. De belangrijkste en bekendste uitdrukkingen dezer

kunsttaal zijn:

Acanthus. Van de tien soorten van het geslacht Acanthus, die de Hora van het gebied der Middellandsche Zee in 't wild vertoont, heeft vooral icanthus mollis, hiernaast afgebeeld, als het oorspronkelijke model van het Acanthusornament dienst gedaan. Soms is er een stuk van den stengel gebruikt, met twee tegenoverstaande bladeren, het vaakst echter afzonderlijke bladeren, die óf tegen°de hoekpilaren van galerijen, balustraden en dergelijke zijn aangevoegd, óf in een regelmatige rij horizontale lijsten vormen, zooals de afbeelding van de tafel op blz. 419 laat zien, of ter versiering van kapiteelen bij Korinthische

en Komeinsche zuilen zijn aangebracht.

Die Acanthusbladeren zijn deels gestiliseerd, deels naturalistisch. In het

eerste geval is de bovenhelft der bladeren boogvormig naar buiten gebogen, en de zijnerven ontspringen aan den voet van het blad, zooals de nevenstaande afbeelding laat zien; in het laatste geval zijn ze vlak tegen liet kapiteel gelegd, en de zijnerven ontspringen uit de middelste hoofdnerf, zooals op de afbeelding van blz. 423 in Fitj. 1 is te zien.

\1„ MarWen van een kort stengeldeel uit¬

gaan of als schutbladeren onder de bloemdragende versiering zijn gebruikt, ziet men eveneens de zijnerven uitgaan van de dikke middelnerf. Het acanthusornament komt zeer veelvuldig voor, en heeft zicli in alle bouwstijlen weten

te handhaven, tot bij de modernste bouwwerken.

Arum. Dit ornament, afgebeeld op blz. 423 in Fi<j.8, heeft zich ontwikkeld uit de bloeiwijze van een Aroïdee of Aronskelk, Arum ttalicum of Arum dracunculus. Het stelt voor een trechter- of peperhuisvormig omhulsel, waaruit een kegel omhoog steekt. Die kegel heeft vaak een korrelig uiterlijk en doet zich dan voor als de vrucht van de tot voorbeeld dienende Aronskelk. Het trechtervormig omhulsel is gewoonlijk aan den rand volgens een golflijn gebogen of ook grof getand en gelobd als in Fig. 8.

Distel. Gelijkend op Acanthus, maar de bladslippen in smalle, op allerlei manier gedraaide, kleinere slippen verdeeld. Men vindt dit ornament vooral aan Gothische bouwwerken in de zoogenaamde ,krabben", dat zijn de op schuin atloopende gevels en op hoeken aangebrachte gebeeldhouwde versieringen

(zie de afbeelding op blz. 423 in Fig. 2.) i

Granaatappel. De vrucht van Punica (jranatum werd bi] de Grieken,

Arabieren en Joden en reeds bij de Assyriërs als ornament gebruikt; bij de

Sluiten