is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Flora Austriaca, 1773 en Hortus Schoenbrunnensis, 1797; van Curtis en anderen liet Botanical Mayazin en van Redoute Les Liliacées, 1802. In den meuweren tijd werden vooral gelithografeerde afbeeldingen gedeeltelijk in zwart, gedeeltelijk in kleurendruk bij botanische werken gevoegd.

Het lnndschapscliildereii.

Al werken in de verschillende hemelstreken water, de vormen dei bei gen, het blauw des hemels, de wolken en de verlichting mee, om liet plaatselijk karakter der natuur van een streek te bepalen, hun aandeel daarvan is toch betrekkelijk klein te noemen, als men het vergelijkt met de beteekenis, die in deze richting aan den plantengroei toekomt. Als men zich echter tot taak stelt, de plantenwereld te beschouwen, voor zoover zij het landschap samenstelt, dan moeten vóór alle andere die gewassen worden behandeld, die door hun optreden in grooten getale in zekeren zin den toon aangeven in het vegetatiebeeld en ons reeds bij een eersten blik in t oog \ allen.

Dat de door hun grootte op den voorgrond tredende planten altijd ook een belangrijken trek in het landschap vormen, spreekt wel vanzelf, maar met en naast hen kunnen in het beeld van den plantengroei ook vele fijne halmen en lage heestertjes de aandacht trekken, door dat ze bij duizenden in gesloten gelederen met elkander verbonden, lieele streken overdekken. De kleinste plantjes worden op die wijze dikwijls van even groote beteekenis voor het landschapsbeeld als de zware boomen, die met schaduwrijke, rijkbebladerde kronen hoog boven den grond oprijzen. .Ia, juist in de tegenstelling, waarin de over groote uitgestrektheden zich verspreidende, gezellig levende plantjes tot die gewassen staan, voor wie de natuur het kleed naar een grootere maat ..ereed heeft gemaakt, ligt, zooals in elke tegenstelling, een zekere bekoring, en hoe rijker die tegenstellingen zich ontwikkelen, hoe meer trappen er zijn, loidend naar de door grootte en aantal op den voorgrond tredende plantenvormen, des te liefelijker en levendiger wordt het vóór ons zich ontplooiende

vegetatiebeeld.

Bij een poging, de zoo verschillende plantengroepen van een landschap wetenschappelijk te begrenzen, zullen wij 't verstandigst doen, eerst het speciale tot uitgangspunt te kiezen en de bouwsteenen te zoeken, waaruit de plantengroepen zijn opgebouwd. Wij zullen daarbij verwezen worden naar zekere grondvormen van het plantenrijk, die dadelijk bij den eersten blik op een landschap in 't oog springen en die huu eigenaardig karakter vaak ook aan de geheele streek meedeelen. Die zullen wij allereerst hebben vast te stellen. Hun systematische plaats in het botanisch stelsel kan ons daarbij onverschillig zijn, en als uitgangspunt bij de rangschikking houden we enkel en alleen vast aan de uiterlijke overeenkomst en de beteekenis voor het landschap. Als we ons