Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De plantenwereld in (le dichtkunst. 1)

Bij don in ieder mensch gelegen drang, om wat hij gevoelt, te uiten, is het natuurlijk, dat zich de stempel der omringende natuur in de liederen en zangen van alle volken, alle hemelstreken en alle tijden bewust of onbewust openbaarde. Het volkslied van den bergbewoner, dat zich in rhythmische vroolijke klanken in dur beweegt, harmonieert juist zoo met het ruischen in de kronen zijner vaderlandsche bosschen, het gebabbel der beken en de tonen der blijde, gevederde zangers des wouds, als de nationale melodieën van de zonen der steppe met de zwaarmoedige muziek in mol verband houden, die de natuur op de wijde vlakte doet hooren. Nu eens klaagt in de Hongaarsche nationale muziek de viool als het lied van een rietzanger, terwijl de cimbaal gelijktijdig het fluisteren en lispelen van het in den wind bewegende riet nabootst, dan weer meenen wij den stormwind te hooren, hoe hij in langgerekte tonen, nu aanzwellend, dan afnemend, over de steppen raast. En zoo schilderen de nationale melodieën hier als daar de tooneelen af der omringende wereld.

Maar veel scherper dan in alle muziek spiegelt de omringende natuur zich af in de teksten, die bij de volksliederen behooren. Met voorliefde schildert en prijst het volkslied de schoonheden der inheemsche natuur. Uit tallooze liederen spreekt een kinderlijke piëteit voor den vaderlandschen bodem en warme liefde voor de vaderlandsche omgeving. Zooals de zoon der Alpen zijn bergwereld in een lied bezingt, zoo weet de zoon der steppe tallooze schoonheden te zien in zijn vlakten, die effen zijn als de zee, en ze in geestdriftvolle liederen te verheerlijken. En niet alleen de algemeene indruk der natuur, die hen omringt, gaf aan de gedachten vlucht der bezielde zangers in alle hemelstreken een lokale tint, maar ook concrete verschijnselen, en daaronder vooral de plantenwereld, wisten op de verbeelding te werken en kregen invloed op de dichterlijke voortbrengselen der verschillende volken.

Is het land der Palmen gekenmerkt door de nooit uitgeputte kracht van hot plantenleven en door den altijd aanwezigen overvloed van bloemen en vruchten, de gematigde luchtstreek onderscheidt zich door de bekoring, die gelegen is in de wisseling der jaargetijden. Welke vriendelijke motieven levert niet het ontwaken der natuur op bij den adem der eerste voorjaarsluchten, het ontluiken van al die duizenden bloemen en bladeren. Wie telt allo lenteliederen, die sinds onheugelijke tijden werden gedicht en wie de voorjaarsbloemen, in zoo rijken overvloed door al die liederen heengevlochten ? En zooals het opleven der plantenwereld in de lente, zoo heeft ook het schijnbaie sterven der natuur in den herfst grooten invloed gehad op de poëtische vooitbrengselen. Het langzame verwelken en 't geleidelijke overgaan van die wereld

1) I)o lezer zal begrijpen, dat al de citaten van NederlandBche dichter», die in dit hoofdstuk voorkomon, door onn in den tokst zyn tusschen gevoegd. Veri.

Sluiten