Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol leven in den winterrusttijd zijn verschijnselen, die liet gemoed des menschen sterk aandoen, hem diep kunnen ontroeren.

Niets lag daar, waar de wisseling der jaargetijden zich doet gevoelen, meer voor de hand, dan de altijdgroene planten, die den langen, alle plantenleven verstijvenden winter kunnen trotseeren, als symbolen van onvergankelijkheid en bestendigheid te bezigen, en de sombere herfststemming door het beeld van 't onvergankelijk groen der hoop te verdrijven. Zooals in de heete luchtstreek de Palmen, zoo zijn in de gematigde luchtstreek de altijdgroene planten de meest geliefde motieven van scheppingen der dichters, en de steeds groene loten van Klimop en Maagdepa lm, evenals de voortdurend frissche Laurier en Myrt, de onverwelkbare bloemen der Immortellen, waarmee wij de graven onzer geliefden sieren, alsook de altijdgroene Cypressen en Taxis, die bij de laatste rustplaats worden geplant, zijn zeer innig saamgevlochten met de poëzie van al die volken, wier land de wisseling der jaargetijden vertoont.

Wat de twee laatstgenoemde gewassen betreft, wijzen wij op dit fragment uit een gedicht van Hélkne Lapidoth-Swarth (1901):

Levensweg.

Ik zie mijn leven als een rechte laan,

Waar, rijzig rank, twee rijen popels staan.

En achter de elzen van den wegekant,

Ontwaar ik vaak een welig weideland,

Waar stoere koeien glanzen bruin en bont,

In klaverpurper en renonkelblond.

Maar heel aan 't einde van die lange laan,

Zie ik een tuin vol vredeboomen staan,

Cypres en Taxis, die m'op graven plant En teedre wilg, te zacht voor wederstand.

Ik kom al nader, 'k zie de kruisen al,

'k Ontwaar al 't plekje waar ik sluimren zal,

lk ben al lang, o graf! uw eigendom.

Nog enkle schreden ....

'k Voel uw vrede....

Ik kom.

Bij de poging, een overzicht te geven van de met de plantenwereld zich bezighoudende gedichten en het door voorbeelden op te helderen, komen we eerst die gedichten tegen, die als leerdichten moeten worden aangeduid.

Uit hot begin van onze tijdrekening bezit de litteratuur twee over den landbouw, den tuinbouw en het boomkweeken handelende leerdichten. Het eene

Sluiten