Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Biologische bijzonderheden. De kroon is vrij los en sterk vertakt, de takken zijn min of meer hangend en worden dus ook gemakkelijk door den wind heen en weer gezwiept. De bladen van den herk zijn evenzeer beschut tegen de kracht van den wind, doordat de bladstelen zoo langen elastisch zijn en zij dus met den wind mee kunnen fladderen.

Die bewegelijkheid der bladschijven maakt in verband met de scherpe zaagtanden, dat de bladen na regen spoedig weer droog zijn.

De berk heeft windbloemen en deze zijn proterogynisch.

De mannelijke katjes zijn in den winter gesloten gebleven, doordat de schutbladen, waaronder de mannelijke bloemen staan, dicht aaneengesloten bleven, doch in het voorjaar verlengt zich de spil, waardoor die schutbladen verder uiteen komen en wordt tevens buigzaam, zoodat de wind haar gemakkelijk heen en weer kan bewegen. Daardoor kunnen de meeldraden er onder gemakkelijk hun stuifmeel ontlasten. Is er geen wind, dan valt dit op het onderliggende iets uitgeholde schutblad en blijft daar liggen tot er wind komt en het in kleine wolkjes wordt weggedreven en dus ook op de stempels der vrouwelijke bloemen kan komen. (Zie verder over windbloemen in de inleiding).

De vrucht is tweevleugelig; door die vleugels wordt zij gemakkelijk door den wind verspreid.

De berk is een boom, die veel licht noodig heeft, wat trouwens de open kroon reeds bewijst (bij dichten stand sterven er dan ook vele). Hij is eenigszins xerophytisch gebouwd, doch groeit toch op allerlei gronden, zelfs op veengrond.

Gebruik. Het berkenhout is geelachtig en hard. Het is taai en wordt daarom door meubelmakers en draaiers gebruikt. Het is zeer aan trekken onderhevig en rot licht en is daardoor voor vele doeleinden onbruikbaar. Uit den bast wordt een teer gestookt, die bij de bereiding van juchtleder dienst doet. De berk wordt ook wel als hakhout gekweekt (zie eik).

label tot het determineeren der soorten van BetuIa.

A. Bladen meest kaal, 3-hoekig-ruitvorniis, met afgeronde zijhoeken, de onderrand rechtlijnig. Vleugel dubbel zoo breed als de vrucht it. verrueosii blz. 6.

B. Bladen meest in de hoeken der aderen gebaard. eirond of ruitvormig-eirond. met afgeronde zijhoeken, de onderrand gebogen. Vleugel even breed als de vrucht.

II. puttescens blz 7.

8. verrucósa1) Ehrh Ruwe berk. (B. alba2) L.).

(Fig. 2).

De ruwe berk is een boom met een slanken stam en sierlijk vertakte kroon. De fijne, bij oudere boomen vaak lang neerhangende takken, werken mede tot het fraaie uiterlijk. De witte schors, die telken jare in perkamentachtige lagen loslaat, welke door bruinachtige (met de schorswratjes of lenticellen

overeenkomende) dwarsstrepen verbonden zijn, is op oudere stammen niet blijvend, doch maakt plaats vooreen gescheurde groengrijze. eindelijk zwart wordende schors, die zich van onderen af op de.i boom uitbreidt en eindelijk ook op de hoofdtakken overgaat. De jonge takken zijn roodbruin.

Betula verrucos.»

Fig. 2.

') verrucósa

= wrattig ') al ba = wit.

Sluiten